direct naar inhoud van 2.3 Cultuurhistorische en archeologische waarden
Plan: Kerkbuurt Westzaan
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0479.STED3759BP-0205

2.3 Cultuurhistorische en archeologische waarden

2.3.1 Algemeen

Westzaan, en dan met name de Kerkbuurt, kent een rijke hoeveelheid aan cultuurhistorische en archeologische waarden. Op 4 oktober 1991 is een groot deel van het onderhavige plangebied dan ook aangewezen als een van rijkswege beschermd dorpsgezicht. Het beschermde dorpsgezicht is van nationale waarde. De aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht is opgenomen als bijlage 5 bij de toelichting.

2.3.2 Cultuurhistorische waarden
2.3.2.1 Van rijkswege beschermd dorpsgezicht

Bijna driekwart van het plangebied is aangewezen als van rijkswege beschermd dorpsgezicht bij besluit van 4 oktober 1991. De gemeenteraad dient ingevolge de Monumentenwet voor deze gebieden een bestemmingsplan vast te stellen dat is gericht op de bescherming van de desbetreffende waarden. Dit betekent dat er voor de genoemde waarden sprake dient te zijn van een vooral conserverende planregeling. Voor zover het plan voorziet in nieuwbouwmogelijkheden dient op basis van het bestemmingsplan te kunnen worden afgedwongen dat de desbetreffende waarden zoveel mogelijk in ere worden gehouden dan wel hersteld. Het is daarbij niet de bedoeling dat er onnodige beperkingen worden opgelegd aan het gebruik van de gronden en opstallen in het beschermde dorpsgezicht. Voor een verdere toelichting op de planregeling voorzover die is toegespitst op de bescherming van het beschermde dorpsgezicht, wordt verwezen naar hoofdstuk 6 van de Beschrijving planvorm en bestemmingsplanregeling.

De karakteristieke ruimtelijke opbouw van Westzaan en de samenhang tussen de nederzetting en het open weidegebied vormen met de historisch waardevolle bebouwing in de Kerkbuurt de voornaamste achtergrond van het voornemen om een deel van Westzaan aan te wijzen tot beschermd dorpsgezicht. De begrenzing van het aan te wijzen dorpsgezicht wordt aan de noordzijde bepaald door de daar aanwezige rooilijnverlegging en aan de zuidzijde door de eerstvolgende brede sloot ten zuiden van de Weelsloot, oorspronkelijk een doorgaande vaarroute. Aan de oost- en westzijde valt de begrenzing in hoofdzaak samen met de achtererfgrenzen van de lintbebouwing en met de vaart de Gouw.

Vermelding verdient nog dat het beschermde dorpsgezicht zich voor wat betreft de oostzijde van het plangebied grensoverschrijdend is. Ook zijn de twee boerderijen aan de J.J. Allanstraat, direct grenzend aan het plangebied, aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De weilanden ten oosten van het plangebied (Natura 2000 gebied) en de boerderijen vallen dus buiten het plangebied maar binnen de grenzen van het als beschermd dorpsgezicht aangewezen gebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3759BP-0205_0007.png"

contour beschermde dorpsgezicht binnen het plangebied

2.3.2.2 Kappenplan

Groot onderdeel van het bestemmingsplangebied is de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht. Het beeld van de in het gebied aanwezige monumenten is vanuit hun monumentale status extra beschermd. Het totaalbeeld van het beschermde dorspgezicht wordt echter mede bepaald door gebouwen die geen monumenten zijn. In het vorige bestemmingsplan is getracht de daadwerkelijke bescherming van het beeld van deze volumes te regelen met bouwvlakken, maximale goot/ en nokhoogte en een Kappenplan. Dit kappenplan beschrijft de aanwezige kapvormen (type, nokrichting) en regelt dat bij een bouwaanvraag (sloop/nieuwbouw) het specifieke type kap terug moet komen.

In het kader van het voorliggend bestemmingsplan is zoals gezegd een cultuurhistorische en ruimtelijke analyse van het plangebied gemaakt welke door het gehele bestemmingsplan is verwerkt. Bij het maken van deze analyse is gebleken dat de huidige manier waarop het bestaande ruimtelijke beeld beschermd wordt niet afdoende is. Enerzijds werkt het kappenplan te restrictief. Een voorbeeld is dat elk plan voor uitbreiding dat buiten het in het kappenplan aangeduide vak komt per definitie strijdig is met het kappenplan. Anderzijds wordt onvoldoende gestuurd op het behoud van de bestaande kapvormen aangezien geen nadere eisen dan kapvorm en nokrichting worden gesteld. Het risico bestaat daardoor dat de bestaande kapvormen bij (ver)nieuwbouw uit hun verband worden gerukt en het bestaande, als waardevol beoordeelde, beeld verloren gaat. Zo worden er soms bij nieuwbouwplannen oneigenlijke mansardekappen toegepast om zo een schaalvergroting dan wel een volledige extra bouwlaag ´goed te praten´.

Teneinde beter te kunnen sturen op het behoud van het bestaande beeld wordt in het voorliggende bestemmingsplan een extra slag gemaakt met betrekking tot het kappenplan. Het kappenplan is zo aangespast dat het de actuele situatie weergeeft. De volgende uitgangspunten zijn daarbij leidend:

  • Uitbreiding van het hoofdvolume van de bestaande woningen binnen de mogelijkheden van het nieuwe bestemmingsplan (binnen het bouwvlak) zal altijd moeten gebeuren met behoud van de bestaande specifieke kapvorm;
  • Bij sloop/nieuwbouw moet er een kap worden gerealiseerd die past binnen de voor die specifieke kapvorm in het kappenplan opgenomen uitgangspunten en bandbreedte;
  • Aangezien het kappenplan en de bijbehorende uitgangspunten altijd een vereenvoudiging van de werkelijkheid zijn, wordt in het kappenplan een regeling opgenomen waarbij het terugbouwen van de ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan reeds aanwezige specifieke kapvormen ten allen tijde mogelijk is. De bewijsplicht ligt dan wel bij de aanvrager.
2.3.2.3 Monumenten

De rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten zijn als monument aangeduid op de verbeelding. Het betreft een signaleringsfunctie: in de regels behoeft geen regeling te worden opgenomen; de panden zijn reeds beschermd via:

  • de Monumentenwet 1988
  • de Provinciale Monumentenverordening 1996
  • de Gemeentelijke Monumentenverordening 1996.

Tevens bedinden zich in het plangebied nog een aantal beeldbepalende panden.

Rijksmonumenten

In het plangebied bevinden zich 28 rijksmonumenten, namelijk:

  • J.J. Allanstraat 326-328, houten woonhuis 1700-1800
  • J.J. Allanstraat 344-346, houten woonhuis 1825
  • J.J. Allanstraat 356, woonhuis 1600-1800
  • J.J. Allanstraat 372, houten schuur/pakhuis 1880
  • J.J. Allanstraat 378, houten woonhuis 1750
  • J.J. Allanstraat 382, houten woonhuis 1744
  • J.J. Allanstraat 384, houten woonhuis met achterhuis 1725
  • J.J. Allanstraat 386, houten woonhuis
  • J.J. Allanstraat 427, houten woonhuis 1800
  • J.J. Allanstraat 441, houten woonhuis 1780
  • J.J. Allanstraat 455-457, houten woonhuis 1775
  • J.J. Allanstraat 463, houten neo-gotische Noordervermaning, 1695

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3759BP-0205_0008.png"

J.J. Allanstraat 463

  • J.J. Allanstraat 465, houten woonhuis 1800-1900
  • J.J. Allanstraat 469, houten woonhuis 1700-1800
  • J.J. Allanstraat 471, houten woonhuis
  • Kerkbuurt 1, houten woonhuis en Treures-boom 1775-1800
  • Kerkbuurt 3, houten woonhuis 1850-1900
  • Kerkbuurt 6, houten woonhuis 1800-1825
  • Kerkbuurt 11, houten woonhuis
  • Kerkbuurt 15, tweelaags houten woonhuis 1800-1850
  • Kerkbuurt 19, houten voormalige onderwijzerswoning of school 1872
  • Kerkbuurt 25, houten woonhuis 1800
  • Kerkbuurt 26, houten woonhuis 1800
  • Kerkbuurt 30-30a, pastorie 1750
  • Kerkbuurt 32-34, houten stolpboerderij met 15e eeuwse waterput 1750
  • Kerkbuurt 35, voormalig rechthuis ('t Reghthuys'), voormalig raadhuis Westzaan 1781
  • Kerkbuurt 37, Nederlands Hervormde 'Grote Kerk', inclusief orgel-voormalig St. Joriskerk 1740
  • Kerkbuurt 41, houten woonhuis 1600-1700

Provinciale monumenten

In het plangebied bevinden zich de volgende provinciale monumenten:

  • J.J. Allanstraat 453, houten pakhuis "Jagerslust", 1755

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3759BP-0205_0009.png"

"Jagerslust"

Gemeentelijk monument

Er bevindt zich in het plangebied één gemeentelijk monument:

  • Watermolenstraat 21, voormalige graanmalerij/fouragehandel J. Schoen SZ. op de oude molenplaats, 1916.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3759BP-0205_0010.png"

Watermolenstraat 21

Beeldbepalend pand

  • Kerkbuurt 36, 38, postkantoor/woning, 1910;
  • Zeilenmakerstraat 2, winkelwoonhuis, 1890
  • Watermolenstraat 17, houten woonhuis, 1917.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3759BP-0205_0011.jpg"

Zeilenmakerstraat 2

2.3.2.4 Aanwijzingen voor in het bestemmingsplan

Er zijn een aantal panden die in aanmerking komen voor gemeentelijk monument of beeldbepalend pand. Naar aanleiding van een cultuurhistorische verkenning zijn er een aantal bijzondere panden naar voren gekomen. Voor deze panden wordt een redengevende omschrijving opgesteld. De beoordeling van deze panden gebeurt op basis van een zestal criteria; architectuurhistorische waarde, cultuurhistorische waarde, stedenbouwkundige en/of situationele waarde, ensemblewaarde, gaafheid en zeldzaamheidswaarde.

De volgende panden worden met de tijd beoordeeld:

  • Kerkbuurt 9, pand van vermoedelijk voor 1900;
  • Kerkbuurt 20, pand gebouwd tussen 1930 en 1940 (beeldbepalend);
  • Kerkbuurt 28, pand van voor 1910;
  • J.J. Allanstraat 459, pand van voor 1910;
  • J.J. Allanstraat 461, pand van voor 1850;
  • Watermolenstraat 3, pand voor 1850.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3759BP-0205_0012.jpg"

Kerkbuurt 20

2.3.3 Historisch-geografische waarden

De beschermde waarden betreffen in hoofdzaak;

  • 1. Cultuurhistorische waarde;

De Kerkbuurt Westzaan is van cultuurhistorisch belang vanwege de bijzondere samenhang in de schaal en verschijningsvorm van houten bebouwing, lintstructuur, tuinen en de ruimtelijke en zichtrelatie van de kern van het oude dorp en de groenstroken daaromheen. De J.J. Allanstraat is vernoemd naar Johannes Jacobus Allan (1862-1933), lid van een vooraanstaand geslacht uit Westzaan. Het betreft hier het lange lint tussen de Overtoom in het zuiden en het beschermde dorpsgezicht in het noorden en behoort tot de meest karakteristieke gebieden in de Zaanstreek.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3759BP-0205_0013.png"

Johannes Jacobus Allan

  • 2. Architectuurhistorische waarde;

De Kerkbuurt Westzaan is van architectuurhistorische waarde vanwege de verscheidenheid aan gebouwen die typerend zijn voor de Zaanstreek. Uit elke bouwperiode die de Zaanstreek kent is binnen het beschermde gezicht een voorbeeld te vinden, van molens, houten huizen, industrieel erfgoed tot 19e eeuwse villa's. De houten panden kennen vaak één bouwlaag met een enkele kap, met meestal enkele bijgebouwen. De stenen gebouwen zijn meestal ook één laag met een kap, veelal voorzien van de mansardekap die bijzonder en rijk zijn afgewerkt. Veel van deze panden hebben de status van Rijks-, Provinciaal- of gemeentelijk monument vanwege hun hoge architectuurhistorische waarde.

  • 3. Gaafheid/herkenbaarheid.

De Kerkbuurt Westzaan is van belang vanwege de structurele en visuele gaafheid van de dorpse omgeving en de aangrenzende polder. In het algemeen is de verkaveling en situering van de bebouwing ten opzichte van de historische situatie niet gewijzigd.

2.3.4 Archeologische waarden

Wat betreft de archeologische waarden moet worden voorkomen dat deze worden aangetast door graafwerkzaamheden. Op 1 september 2007 is de vernieuwde Monumentenwet 1988 van kracht. In deze vernieuwde Monumentenwet 1988 wordt de status van archeologisch belangwekkende gebieden scherper geregeld en worden aan ingrepen in de bodem extra voorwaarden gesteld.