direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Sportpark de Koog
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Het plangebied omvat het Sportpark de Koog. Het sportpark bestaat op dit moment met name uit buitensportvelden voor korfbal, voetbal en tennis. Daarnaast bevindt zich in het noorden een aantal verenigingen en een moskee. Tevens is er een zwembad en een tandartspraktijk aan de Wezelstraat gevestigd.

Het vigerende bestemmingsplan maakt de nieuwbouw van het topsportcentrum niet mogelijk. Vandaar dat er een nieuw bestemmingsplan is opgesteld om de realisatie van het nieuwe topsportcentrum mogelijk te maken. Het nieuwe topsportcentrum de Koog geeft ruimte aan talentontwikkeling en topsport in de regio door ruimte te bieden aan trainingen, wedstrijden en evenementen te combineren met sport-medische voorzieningen en ruimte voor aanvullende activiteiten zoals huiswerkbegeleiding. Het topsportcentrum is een plek waar top- en breedtesport elkaar ontmoeten en elkaar versterken.

1.2 Voorgaande bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan Oud Koog-Rooswijk vastgesteld door de gemeenteraad op 19 juli 2012. Alleen het sportpark de Koog krijgt een nieuwe bestemmingsplanregeling. Voor de gebieden buiten het plangebied Sportpark de Koog blijft het bestemmingsplan Oud Koog-Rooswijk gelden.

Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en ontwikkelingen

2.1 Bestaande situatie

2.1.1 Historie plangebied

De noordelijke begrenzing, de Guisweg, is een uit de Late Middeleeuwen daterend pad dat vroeger het Kerckepad heette. Over dit pad gingen de inwoners van Zaandijk en de Koog naar de kerk in Westzaan. De Guisweg eindigt in het westen dan ook bij de kerk in Westzaan. In 1626 werd het verbeterd en kreeg het de naam Guispad. Langs het Guispad stonden verscheidene molens met de bijbehorende schuren en andere bebouwing, zoals papiermolen De Guisman (1674), pel- en later papiermolen Het Guiswijf (1670) en papiermolen Het Guiskind (1674). Deze molens zijn inmiddels verdwenen, alleen staat buiten het plangebied staat langs deze weg nog steeds papiermolen De Schoolmeester (1695). In de 20e eeuw werden langs het Guispad woningen gebouwd en veranderde de naam in Guisweg. Vanwege de laat-middeleeuwe oorsprong van het pad en de aanwezigheid van 17e en 18e eeuwse molens en bebouwing, is het pad en de strook ernaast van archeologisch belang.

2.1.2 Ruimtelijke en functionele structuur

Ruimtelijke structuur

Het plangebied van sportpark De Koog, gelegen nabij station Koog-Zaandijk, wordt globaal begrensd door de A8 in het zuiden, de Guisweg in het westen en het noorden en de Wezelstraat in het oosten.

Op het sportpark zijn verschillende sportvoorzieningen aanwezig zoals tennisvelden, voetbalvelden en een zwembad.

De structuur van het gebied wordt door de begrenzingen ervan alsmede door enkele in oost-west richting lopende watergangen. Hierdoor wordt het gebied globaal in drie in oost-west richting lopende rechthoekige gebieden verdeeld

Het gebied heeft een overwegend groen karakter met verspreide gebouwde voorzieningen en parkeergelegenheid.

In de gemeentelijke structuurvisie valt het gebied onder de gebiedstypering binnenstedelijk recreatiegebied met het profiel sportparken. De nadruk ligt hier op de gebruikswaarde voor sport en recreatie. Het beleid is gericht op het multifunctionele gebruik van de grotere sportparken door een verantwoorde mix van sport, recreatie en aangrenzende functies.

Bij herstructurering ligt de nadruk voor wat betreft de openbare ruimte op het verhogen van de gebruikswaarde, het gebruik van voorzieningen van de sportclubs op sportparken (kantines en sporthallen) voor meerdere doeleinden, en aandacht voor het verbinden van de binnenstedelijke groene ruimtes met de buitenstedelijke natuur- en recreatiegebieden.

Functionele structuur

Aan de westkant van het station ligt aan de Wezelstraat sportpark 'de Koog'. Het is de thuisbasis voor voetbalvereniging KFC, de korfbalvereniging Koog Zaandijk en de tennisverenigingen Westzijderveld en KZTV. Iets zuidelijker in het sportpark ligt zwembad Zaangolf. Langs de Guisweg zijn onder andere een motorclub, een Tamboer, Trompetter en Marjorettekorps en een moskee gehuisvest.

Vanuit Koog a/d Zaan is het station te bereiken via een onderdoorgang onder de provinciale weg. Deze onderdoorgang is alleen voor voetgangers. Vanuit Rooswijk is de toegang tot het station via de Wezelstraat, waar voor automobilisten een P+R terrein is. Aan beide zijden van het station staan fietsenrekken.

2.1.3 Technische infrastructuur

In het plangebied liggen in de grond netwerken van kabels en leidingen voor water, elektriciteit, gas, telecommunicatie, televisie, riolering, drainage en afvalwatertransport. Bij deze kabel- en leidingnetwerken behoren onder- en bovengrondse installaties en bouwwerken zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, pompstations, schakelhuisjes, duikers, bemalinginstallaties en gemaalgebouwtjes, huisjes voor telecom apparatuur, antennes op gebouwen of in de openbare ruimte, kasten voor elektriciteit, verlichting, televisie, telecommunicatie en verkeer, brandkranen, putten voor wateraansluitingen, afsluiters en kranen. De kabels, leidingen, installaties en bouwwerken zijn eigendom van de kabel- en leidingbeheerders (KLB).

Gasleiding

Binnen het plangebied bevindt zich één belangrijke technische infrastructurele voorziening die voorwaarden stelt aan het gebruik van de grond in de directe omgeving van deze infrastructuur. Deze infrastructuur heeft ruimtelijke relevantie en is opgenomen in dit bestemmingsplan. Het gaat om de gasleiding van 8 Bar. Om deze leiding ligt een belemmeringenstrook waarin niet gebouwd mag worden.

De belemmeringenstrook is 4 meter aan weerszijden van de gasleiding. Binnen de strook zijn beperkingen opgelegd waar eigenaren zich aan moeten houden. Binnen de zakelijk recht strook is het verboden om:

  • hoogopgaande en/ of diepwortelende beplanting, bijvoorbeeld rietbeplanting aan te brengen;
  • het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging te wijzigen;
  • graafwerkzaamheden te verrichten (bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, drainage, leidingen, met uitzondering van aardgastransportleidingen) anders dan normaal spit- en ploegwerk;
  • voorwerpen in de bodem te drijven;
  • te ploegen;
  • gesloten verhardingen aan te brengen;
  • permanent goederen op te slaan waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;
  • waterlopen aan te leggen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;
  • onroerende objecten te plaatsen, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.

Bij een aanvraag omgevingsvergunning langs de aardgastransportleidingen met een maximum Inventarisatie Afstand (IA) van 440 m uit de aardgastransportleiding moet een Plaatselijk
Risico Analyse (PRA) en een Kwantitatieve Risico Analyse (KRA) worden gemaakt van de
aardgastransportleiding (AMvB buisleidingen).

2.2 Ontwikkeling

2.2.1 Sport

Het sportpark wordt gebruikt door meerdere sportverenigingen. Deze zijn:

  • korfbalvereniging Koog Zaandijk;
  • voetbalvereniging Kooger Football Club (KFC);
  • Koog-Zaandijkse tennisvereniging;
  • tennisvereniging Westzijderveld;
  • zwembad Zaangolf;
  • jeu de boulesvereniging Atlantic Boules.

De korfbalvereniging, de voetbalverening, jeu de boulesvereniging en de twee tennisverenigingen hebben elk hun eigen clubgebouw en velden. Het zwembad heeft verschillende binnenbaden met diverse voorzieningen.

Voor binnentrainingen van de korfbalvereniging en de voetbalvereniging moet nu uitgeweken worden naar diverse sporthallen. Deze sporthallen voldoen niet aan de eisen om topsport te bedrijven. Er is voor gekozen om sporthal de Sprong te slopen en te vervangen door het nieuwe topsportcentrum in sportpark de Koog.

Het nieuwe topsportcentrum de Koog geeft ruimte aan talentontwikkeling en topsport in de regio door ruimte voor trainingen, wedstrijden en evenementen te combineren met sport-medische voorzieningen en ruimte voor aanvullende activiteiten zoals huiswerkbegeleiding. Het sportcentrum is een plek waar top- en breedtesport elkaar ontmoeten en elkaar versterken.

Door de sloop van sporthal de Sprong en de nieuwbouw van het topsportcentrum de Koog, ontstaat er een nieuwe situatie waarbij de capaciteit van de binnensport toeneemt met drie zaaldelen. Korfbalvereniging KZ is hoofdgebruiker van het topsporthal en de breedtesporthal wordt gebruikt door de overige verenigingen die nu in de Sprong zitten.

Eén van de ontwikkelingen die de kern raakt van de gemeentelijke uitgangspunten is het oprichten van een Talent Support Centre. Het topsportcentrum de Koog wordt gevormd tot een talentontwikkelcentrum, genoemd Talent Support Centre (TSC) waar top- en breedtesport samenkomen. Dit houdt in dat er ruimte wordt gerealiseerd waar talenten huiswerk kunnen maken of kunnen ontspannen tussen school en sporten door. Jongeren kunnen hier terecht voor begeleiding, vragen en ondersteuning waardoor het mogelijk wordt om school of werk te combineren met (top)sport. Daarnaast wordt gestreefd naar het realiseren van een volwaardig sportmedisch centrum, gespecialiseerd in de behandeling van sportblessures, revalidatie en krachttraining. Het TSC zal ook de thuisbasis zijn voor de topsportcoördinator die het aanspreekpunt is voor verenigingen en sporters als het om topsport gaat.

Het TSC wordt gerealiseerd in het nieuwe topsportcentrum de Koog in het midden van Zaanstad. Het gehele sportcentrum zal onder andere bestaan uit de volgende voorzieningen:

  • topsporthal
  • breedtesporthal
  • horecavoorziening
  • vergaderruimten
  • sponsorontvangstruimte
  • sport-medisch centrum
  • Talent Support Centre
  • maatschappelijke voorzieningen/-dienstverlening zoals leslokalen, kinderopvang/ buitenschoolse opvang
  • (overige) voorzieningen voor de sport

Het Topsportcentrum komt op een bestaand sportpark waardoor ook de koppeling wordt gemaakt met de sporten: tennis, voetbal en korfbal.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0001.jpg"

Topsportcentrum

Het TSC wordt in nauwe samenwerking met het Olympisch Netwerk, Sportservice, de topsportcoördinator, ROC Zaanstad, verenigingen, sportbonden en bedrijfsleven opgestart. Samenwerking met het ziekenhuis en hotels is ook belangrijk. Zo moet het talentcentrum en de programma's die worden gedraaid naadloos aansluiten op de topsportprogramma's van de sportbonden. Het centrum wordt een onafhankelijk (van de sportverenigingen) talentcentrum, maar heeft de samenwerking met de verenigingen wel nodig om het talentcentrum te laten slagen. Het talentcentrum heeft immers een regionale functie en staat dus open voor de talenten van alle verenigingen in de regio.

Het TSC is het centrale punt waar voorzieningen samenkomen voor sporters. Net dat beetje extra waardoor sporters gefaciliteerd en ondersteund worden om tijd te investeren in hun sport. Het verzorgingsgebied van het TSC beperkt zich niet alleen tot de grenzen van de gemeente Zaanstad. Met een A-locatie status en de stempel RTC, wordt het verzorgingsgebied uitgebreid van Haarlemmermeer tot Den Helder. Voor de Provincie betekent dit een extra voorziening voor de regio waar talentontwikkeling centraal staat.

Het TSC biedt de mogelijkheid om te functioneren als A-locatie voor de bonden. De korfbalbond heeft hiervoor een intentieovereenkomst ondertekend. Door het TSC met externe middelen te realiseren, kunnen de aanwezige voorzieningen worden aangeboden aan de sporters die op weg zijn naar de top of die op topniveau spelen.

2.2.2 Stedenbouwkundig

De middelste zone van het sportpark wordt deels herontwikkeld ten behoeve van een topsportcentrum. Dit topsportcentrum van zo'n 5600m2 gaat huisvesting bieden aan onder andere twee sporthallen ten behoeve van top- en breedtesport en aanvullende voorzieningen zoals een sportmedisch centrum, talentontwikkelcentrum, verenigingsgebouw en horeca.

Het topsportcentrum wordt centraal in de zone gerealiseerd tussen bestaande korfbalvelden en een voetbaltrainingsveld.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0002.jpg"

Figuur topsportcentrum in het sportpark

Voor wat betreft zowel de architectonische als de stedebouwkundige uitwerking van de topsportcentrum wordt aangesloten bij de uitgangspunten ten aanzien van sportparken uit de welstandsnota:

Beschrijving

In Zaanstad zijn er diverse groene zones met een gevarieerde invulling, zoals sportterreinen en volkstuinen. In deze categorie vallen ook begraafplaatsen en enkele buurtoverstijgende parken.

Sport en recreatie

Sport- en recreatieterreinen hebben weinig en overwegend eenvoudige bebouwing en zijn verspreid over de gemeente te vinden. De terreinen zijn verschillend van grootte, net als bijbehorende bebouwing. De gebieden zijn in het algemeen in zichzelf gekeerd. De veelal geclusterde bebouwing van de parken bestaat uit een hoofdgebouw met meerdere bijgebouwen, die allemaal vrij op het maaiveld staan.

De gebouwen hebben een eenvoudige opbouw en bestaan in hoofdzaak uit een onderbouw van één tot twee lagen met een flauw hellende kap of plat dak. De entree van het hoofdgebouw is veelal vormgegeven als accent en gericht op de weg. Hoewel de gebouwen verschillen van uiterlijk is de hoofdvorm helder en de architectuur en detaillering eenvoudig en verzorgd. Grote vlakken bestaan uit materiaal met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of gevouwen staalplaat. Kleuren zijn terughoudend. Gevels van sporthallen zijn op het entreegedeelte na veelal gesloten. Dit geldt ook voor de loodsen bij jachthavens.

Uitgangspunten Topsportcentrum

Het topsportcentrum valt binnen de Welstandsnota onder Groen en parken. Deze zijn eenvoudig welstandsgebied. De waarde ligt vooral in het groene karakter. De bebouwing speelt in deze gebieden een ondergeschikte rol.

Uitgangspunt voor welstand is een zekere mate van terughoudendheid in de beoordeling. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van de overwegend terughoudende architectuur en de landschappelijke inpassing. De nadruk ligt op het beeld vanuit de openbare ruimte. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst.

Voor het ontwerp van het topsportcentrum zijn de volgende stedenbouwkundige uitgangspunten van belang:

  • een ontwerp wat een duidelijk entree heeft naar het openbaar gebied (parkeerterrein);
  • het ontwerp moet contact maken tussen binnen en buiten;
  • goede landschappelijke inpassing;
  • aansprekende materialisatie, kwaliteit en detaillering.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0003.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0004.jpg"

Topsportcentrum

Welstandscriteria

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:

  • Per terrein is er één vrijstaande hoofdmassa, bijgebouwen zijn hieraan ondergeschikt:

- het individuele gebouw binnen een ensemble is deel van het geheel en voegt zich hier naar.

  • Gebouwen hebben een evenwichtige massaopbouw met een eenvoudige en in beginsel eenduidige hoofdvorm en zijn per cluster in samenhang:

- geledingen in massa zijn wenselijk.

  • De architectonische uitwerking en detaillering zijn eenduidig, evenwichtig en afwisselend:

- wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume

  • Materialen zijn degelijk, kleuren zijn terughoudend en afgestemd op de omgeving:

- eventuele verenigingskleuren kunnen als contrastkleur worden ingezet zonder de boventoon te voeren.

2.2.3 Gemengd

In het plangebied ligt in het noorden een strook met gemengde bebouwing. Hier zijn de Tamboer, Trompetter en Marjorettekorps, de moskee en een motorclub gevestigd. Daarnaast zal het beheer van het sportpark hier een plaats krijgen. In het zuiden van het plangebied aan de Wezelstraat naast het zwembad is een tandartsenpraktijk gevestigd. Ook dit pand leent zich voor meerdere functies.

Door het opnemen van een gemengde bestemming is het mogelijk om verschillende functies uit te wisselen.

2.2.4 Infrastructuur en parkeren
2.2.4.1 Ontsluiting

Het sportpark is goed ontsloten voor alle vervoerswijzen.

Openbaar Vervoer

Het sportpark is gelegen direct bij het treinstation Koog Zaandijk. De trein verbindt dit station regelmatig met het landelijke spoornet via station Uitgeest en station Amsterdam Sloterdijk en Centraal. Het station heeft ook een uitgang aan de zijde van het sportpark. Hiermee is het sportpark goed ontsloten met het openbaar vervoer voor bezoekers van (boven)regionaal niveau.

Langzaam verkeer

Het gebied is voor langzaam verkeer ontsloten uit het zuiden met de Wezelstraat. In het noorden steekt het langzaam verkeer met verkeerslichten de Guisweg over. Vanaf de Guisweg geeft een parallelweg aansluiting op vrijliggende fietspaden waarmee de regio goed bereikbaar is.

Auto

Ten zuiden van het plangebied ligt de A8. Deze landelijke snelweg heeft op deze plek ook een afslag naar het plangebied en verbindt het gebied in de richting van Amsterdam en Purmerend. Ten oosten van het plangebied loopt de Provincialeweg deze verbindt het plan gebied naar het noorden (Wormerveer, Uitgeest en verder) en naar het zuiden (Zaandam). De Guisweg ten noorden van het plangebied verbindt de Provincialeweg met het plangebied. De kruising van de Guisweg met de Wezelstraat is de belangrijkste toegang tot het gebied. Dit is een voorrangskruising met een geregelde oversteek voor langzaam verkeer. De Guisweg is hier vorm gegeven als een 2x2 hoofdrijbaan, waarbij de rijbaan in westelijke richting ter hoogte van het kruispunt een linksafvak heeft.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0005.jpg" Figuur 1 Weekdagintensiteiten huidige situatie in mvt/etm (Bron: PROgnose ZAanstad, versie 4.3.1)

Verkeersaantrekkende werking

In het gebied is ruimte voor een nieuwe topsportcentrum. Naast sportbeoefening wordt er rekening gehouden met functies die in het verlengde van de sportbeoefening liggen binnen deze voorziening.

Berekening

1-topsportcentrum met aanvullende functies   4520 m2  
ROC   3 lokalen = 90 leerlingen  
BSO   336 m2 = 45 kinderen  

Het topsportcentrum locatie ligt redelijk decentraal voor de verkeersgeneratie wordt daarom kental rest-bebouwde kom (CROW “Publicatie 272: Verkeersgeneratie voorzieningen; kentallen gemotoriseerd verkeer” Ede, 2008) aangehouden:

Berekening

De verkeersgeneratie naar weekdagetmaal die hieruit volgt:

Sporthal (Oppervlakte/ 100)*kental = (4520/100)*9,1 = 411 mvt per weekdagetmaal

ROC (leerlingen/10)*kental = (90/100)*11,6 = 10,4 mvt per weekdagetmaal

BSO ((kinderen*0,28)*2)*5/7 = 18 mvt per weekdagetmaal

Verwachte verkeersproductie

Totaal 439 mvt/weekdagetmaal. Een weekdagetmaal is in dit geval gelijk aan een gemiddelde werkdag.

De Wezelstraat-noord zal hier door met circa 234 mvt per weekdagetmaal (mvt/evm) toenemen naar afgerond 3500 mvt/etm. De Wezelstraat-zuid neemt met circa 154 mvt per weekdagetmaal toenemen naar afgerond 3000 mvt/etm.

Deze intensiteiten zijn passend bij een straat met een 30 km/uur regiem.

De Guisweg is ruim gedimensioneerd, daarom valt te verwachten dat ook deze het extra verkeer kan verwerken.

2.2.4.2 Parkeren

Overeenkomstig het gemeentelijk beleid (Gemeente Zaanstad “Parkeernota 2013”, Zaandam 2013) kan binnen het bestemmingsplan gestreefd worden naar een optimale situatie voor het parkeren. Hierbij word het totale bestemmingsplan gebied beschouwd als één plan waarbinnen voor alle functies het parkeren dient te zijn opgelost.

Op basis van het huidig gebruik en de toekomstige ontwikkeling is een parkeerbalans opgesteld, voor de woensdag en zaterdag. Deze dagen zijn voor sportvoorzieningen de belangrijkste momenten en sportaccomodaties zijn de belangrijkste voorzieningen in het gebied. Dit betekend dat een parkeerbalans die op woensdag en zaterdag voldoet ook op de andere dagen zal voldoen.

Gebruik parkeervoorzieningen bestaande situatie

In het sportpark de Koog zijn verschillende verspreid liggende openbare parkeervoorzieningen. Uit recent onderzoek (Dufec, “Parkeeronderzoek Sportpark De Koog, Koog aan de Zaan”, Tilburg 2013) blijkt dat deze parkeervoorzieningen voldoende zijn om de parkeervraag van de huidige voorzieningen te faciliteren. Bovendien blijkt er nog restcapaciteit te zijn. Geconstateerd is dat de parkeervoorziening voor maximaal 46% wordt gebruikt. De piek van de bezetting is op zaterdag tussen 10.00 en 12.00 uur.

Gezien de locatie van het topsportcentrum is het gewenst om niet alleen het hele gebied, maar ook het zuidelijk deel specifiek te bekijken. In het zuidelijk deel ligt de piek van de bezetting op woensdagmiddag. Op dat moment zijn er nog 90 parkeerplekken vrij, op de zaterdagmiddag zijn er nog 140 parkeerplaatsen vrij.

Parkeereis

De parkeereis wordt bepaald door de vraag voor de nieuwe functies minus de vervallen oude functies.

Voor de zaterdagmiddag mogen daarom 2,4 plaatsen in mindering gebracht worden, voor de zaterdagavond geen. Dit resulteert in respectievelijk een parkeereis van 184 en 226 parkeerplaatsen.

Voor de nieuwe sportfuncties zijn op basis van de parkeernormen 187 parkeerplaatsen nodig (zie schuingedrukte hieronder voor toelichting op de berekening).

Er zijn in de sporthal 550 zitplaatsen voor de twee sportzalen samen.

200 plaatsen hiervan bevinden zich op een mobiele tribune die ingezet kan worden in één van de zalen.

In het gebouw is ruimte voor 800 staande supporters. Deze staanplaatsen neemt de gemeente Zaanstad over het algemeen niet mee in de berekening van het aantal bezoekers, omdat deze slechts incidenteel worden gebruikt. Echter omdat het aantal staanplaatsen het aantal zitplaatsen overstijgt lijkt het redelijk om de staanplaatsen ook deels mee te nemen in de parkeerberekening.

Gekozen is om de helft van de staanplaatsen mee te tellen als tribuneplaatsen.

De hal is echter ook in gebruik als evenementenhal. Onderstaande berekeningen laten zien dat de eis voor een evenementenhal die van de sport overstijgt. Het maatgevende moment ligt echter bij een evenementenhal op een gunstiger moment.

Voor zowel de sportfunctie als de evenementenfunctie moet het parkeren voldoen.

Buiten deze situaties zullen zich nog situaties voor doen waarbij de parkeervraag de berekende waardes overstijgt. Door ook rekening te houden met de parkeervraag van een evenementenhal zullen dergelijke situaties zich minder dan 12 keer per jaar voor doen. In die situaties zal gebruik worden gemaakt van overloop locaties in de omgeving en het noordelijk deel van het sportpark. Verenigingen zijn overeengekomen dat in dergelijk situaties verkeersregelaars worden ingezet. Deze situaties hebben een dusdanig incidenteel karakter dat het niet nodig is om het aantal parkeerplaatsen bij het topsportcentrum uit te breiden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0006.jpg" Figuur 2 Parkeervraag sporthallen

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0007.jpg" Figuur 3 Parkeervraag evenementenhal

Parkeerfaciliteiten

In het parkeren wordt voorzien door aanleg van nieuwe parkeerplaatsen bij het topsportcentrum en door gebruik te maken van vrije parkeerplaatsen in de omgeving. Onderstaand overzicht geeft een overzicht van de parkeervraag die bij het topsportcentrum/evenementenhal gefaciliteerd moet worden.

moment van de week   maatgevend plan   benodigd voor het plan   beschikbaar in zuidelijk deel plangebied   te realiseren  
woensdagmiddag   sporthal   116   90   26  
zaterdagmiddag   sporthal   184   140   40  
zaterdagavond   evenementenhal   226   140   86  

In het plan wordt rekening gehouden met ten minste 86 parkeerplaatsen.

Fietsparkeren

Naast autoparkeren is het van belang het fietsparkeren goed te faciliteren.

Voor de dubbele sporthal is het benodigde aantal fietsparkeerplekken 4.873/100*2,5= 122. Bij voorkeur zijn deze fietsparkeerplekken overdekt.

Bezoekersbussen

In de plannen moet rekening gehouden worden met het parkeren van bussen van bezoekers. Minimaal één, maximaal twee. Uitgangspunt moet zijn dat er in de nabije omgeving een parkeerplaats is waar men ook kan in- en uitstappen, zodat er geen opstopping ontstaat.

Op het terrein bij het topsportcentrum moet ruimte worden gecreëerd waar bussen veilig kunnen rijden en bezoekers kunnen afleveren/ophalen. Bussen parkeren is mogelijk binnen het plangebied anders buiten het plangebied op daarvoor aangewezen locaties.

2.2.4.3 Ontwikkelingen m.b.t. verkeer

In de omgeving van het sportpark zijn verschillende ontwikkelingen in onderzoek. Deze zijn op dit moment onvoldoende concreet om reeds te verwerken in dit bestemmingsplan. Op termijn kunnen maatregelen verwacht worden als gevolgen van de volgende projecten:

  • A. Task Force Ruimte
  • B. Spoorse doorsnijding
  • C. A8/A9
  • D. Knooppuntontwikkeling

A. Task Force Ruimte

De provincie Noord-Holland heeft een assist uitgevoerd in het kader van de Task Force Ruimtewinst voor de stationslocatie Koog-Zaandijk. De opdracht aan de Taskforce Ruimtewinst was het schetsen van een toekomstperspectief voor het gebied rond Station Koog-Zaandijk (inclusief Fortuinweg), het bezien van de relatie tussen sport (inclusief topsportcentrum) en woningbouw, het versterken van de aantrekkingskracht van Zaanse Schans en het zoeken van oplossingen rond infrastructuur en bereikbaarheid. Wensen van de gemeente zijn daarbij een topsportcentrum voor de korfbal, het versterken van het imago van Koog-Zaandijk, het komen tot een zoekgebied voor woningbouw en een betere benutting van het stationsgebied.

De Task Force Ruimtewinst is met de volgende potentiële oplossingen gekomen:

  • Een combinatie van wonen en sporten met bedrijven op de huidige locatie van de sportvelden;
  • Het verplaatsen van de voetbalvelden naar het gebied tussen de Fortuinweg en het Natura-2000 gebied;
  • Het verplaatsen van het station zuidelijk naar de A8, waar het als transferium, een overstappunt voor automobilisten op het openbaar vervoer, dienst kan doen. Bij een toename van het verkeersaanbod door het doortrekken van de A8 naar de A9 kan dit transferium uitgroeien tot een aantrekkelijke plek voor bijvoorbeeld een grote bioscoop, een grote sportschool of een wellnesscentrum;
  • Het creëren van een wandelroute langs Zaan en industrieel erfgoed naar de Zaanse Schans.

De Task Force Ruimtewinst wordt gevolgd door een gebiedsverkenning. Onderdeel van de gebiedsverkenning zal eveneens zijn het project spoorse doorsnijding, de doorsnijding van het spoor ter plaatse van de Guisweg. Onlangs heeft de raad besloten extra krediet beschikbaar te stellen voor een nadere bestudering van de gemaakte en besproken plannen. In dit stadium zijn er nog geen concrete ontwikkelingen die kunnen worden vertaald in dit bestemmingsplan. Om deze reden is ervoor gekozen de feitelijk bestaande en vergunde situaties in het bestemmingsplan als zodanig te bestemmen.

B. Spoorse doorsnijdingen

Het project Spoorse doorsnijdingen werk aan de vermindering van de barrière die het spoor vormt voor oost-westverkeer. Ongelijkvloerse oplossingen voor gemotoriseerd en/of langzaam verkeer behoren tot de mogelijkheden.

Het oorspronkelijke doel was een integrale oplossing bij de Guisweg te creëren, voor zowel het autoverkeer als het langzaam verkeer, waardoor de spoorwegovergang opgeheven kon worden. Hiervoor is in 2006 ook subsidie van het Rijk ontvangen (regeling Spoorse Doorsnijdingen).

Al geruime tijd wordt gezocht naar een oplossing voor de barrièrewerking van de spoorovergang op de Guisweg (nabij station Koog-Zaandijk). De beoogde 'spoorse doorsnijding' is kostbaar en kan alleen met steun van externe partijen en overheden gerealiseerd worden. Onze inzet is gericht op de verbetering van de veiligheid en de leefbaarheid. Daarnaast wordt gewerkt aan de verbetering van de spoorwegovergang Assendelft- Noord bij de Industrieweg.

Het college heeft in oktober 2011 besloten vooralsnog niet te investeren in een ongelijkvloerse kruising voor alle verkeer met het spoor ter hoogte van de Guisweg. Wel wordt onderzocht of alleen een tunnel voor langzaam verkeerstunnel haalbaar is. Na het college heeft de raad hier ook met de begroting mee ingestemd.

C. Doortrekking A8/A9

De gemeente streeft naar doortrekking van de A8 naar de A9. Het doortrekken van de A8 tot aan de A9 is nodig om het doorgaande verkeer buiten de woonkernen Krommenie, Assendelft en Wormerveer te leiden. Hiermee wordt niet alleen de ontsluiting, leefbaarheid en veiligheid in deze kernen verbeterd, maar ook de aansluiting van Zaanstad op de rest van Noord-Holland. Deze aantakking op het (boven)regionale wegennetwerk draagt positief bij aan de bereikbaarheid en vestigingsklimaat van geheel Zaanstad. In 2014 wordt gestart met een eerste fase planstudie naar het doortrekken van de A8 naar de A9. Hiertoe is door de betrokken regionale partijen een samenwerkingsovereenkomst (SOK) opgesteld. In de planstudie wordt een voorkeursalternatief ontwikkeld.

D. Knooppuntontwikkeling

De Provincie Noord Holland maakt zich sterk voor verdichting rondom openbaar vervoersknooppunten, omdat het een belangrijke bijdrage kan leveren aan het openhouden van waardevolle landschappen en het versterken van de vitaliteit van dorpen en steden. In het kader van knooppuntontwikkeling wordt ook Koog-Zaandijk meegenomen. Maatregelen die hieruit voortkomen zullen kunnen variëren van vrij eenvoudige en goedkope interventies zoals het opknappen van de stations(omgevingen) tot grootschalige ingrepen op het gebied van infrastructuur. Knooppuntontwikkeling zal niet van de ene op de andere dag van de grond komen. Eerder zal sprake zijn van een soort groeimodel.

2.2.5 Nutsvoorzieningen

Bij ontwikkelingen binnen het plangebied worden door de gemeente voorwaarden gesteld aan bouwers en ontwikkelaars met betrekking tot de ruimtereservering voor ondergrondse- en bovengrondse kabel- en leidingvoorzieningen. De standaard kabel- en leiding dwarsprofielen en regels bij aanleg staan in de "standaard details" en de "technische voorwaarden" van de gemeente.

Bij de ruimtereserveringen voor de verkeersbestemmingen en bouwplannen dient rekening te worden gehouden met de standaard kabel- en leiding dwarsprofielen.

Op de verbeelding worden alleen de aardgastransportleidingen met een bedrijfsdruk hoger dan 8 bar aan te geven. Hier is voor gekozen, omdat bij deze leidingen onderzoek moet worden verricht in het kader van externe veiligheid. Het is gewenst om op de verbeelding deze leidingen met een vrijwaringszone aan te geven. Komt een bouwinitiatief binnen deze zone dan moet onderzoek naar plaatsgebonden risico en externe veiligheid worden verricht.

Binnen Sportpark de Koog ligt één aardgasleiding, deze is op de verbeelding en in de regels opgenomen. 

Hoofdstuk 3 Algemeen ruimtelijk beleid

3.1 Inleiding

In dit hoofdstuk volgt een korte weergave van het bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader.

3.2 Rijksoverheid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

Op 13 maart 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu het vaststellingsbesluit van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ondertekend. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden.

Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland door een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit te bereiken, brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat (burgers en bedrijven), laat het meer over aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij…') en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Het Rijk richt zich daarbij op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de belangen voor Nederland als geheel, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer (waaronder buisleidingen), energie en natuur, alsook ondergrond en ruimte voor militaire activiteiten. Ook waterveiligheid en milieukwaliteit (lucht, geluid, bodem, water en externe veiligheid) horen daarbij, evenals de bescherming van ons werelderfgoed (zoals de Waddenzee en de Nieuwe Hollandse Waterlinie).

Een van die nationale belangen is een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren. De luchthaven Schiphol ligt in de Haarlemmermeer. In de Structuurvisie wordt de luchthaven Schiphol als mainport aangewezen, wat wil zeggen dat het Rijk hiermee onderstreept dat Schiphol van groot belang is voor de internationale concurrentiepositie van veel Nederlandse bedrijven en daarmee een belangrijke motor voor de Nederlandse economie vormt. In de Structuurvisie is in verband met de aanwezigheid van Schiphol een zogenaamde 20 Ke-zone aangegeven. Ke staat voor Kosteneenheid. Deze zone dient ter indicatie van de geluidhinder afkomstig van de nabijgelegen luchthaven Schiphol. Hieraan zijn in de Structuurvisie echter geen beperkingen verbonden.

Buiten de nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en laat verstedelijkings- en landschapsbeleid over aan de provincies en gemeenten. De gemeente is in dat opzicht de overheid die het dichtst bij de burger staat en zorg draagt voor een veilige en leefbare woon- en werkomgeving. In het ruimtelijk domein gaat het om de ruimtelijke ontwikkeling van stad en platteland in brede zin, waarbij onder meer belangen ten aanzien van mobiliteit, milieu, natuur, water, economie en wonen worden afgewogen. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei geënt op het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol.

Voor het onderhavige plangebied zet de SVIR het beleid van de Nota Ruimte voort. In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Dat betekent: eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en, mocht nieuwbouw echt nodig zijn, altijd zorgen voor een optimale (multimodale) bereikbaarheid.

Zaanstad is gelegen in het gebied noordwest-Nederland en maakt daarin onderdeel uit van de Metropoolregio Amsterdam.

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevat algemene regels van de rijksoverheid waarmee de nationale belangen juridisch worden vastgelegd. De regeling is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en provinciale verordeningen. Het Barro is in gedeelten in werking getreden (30 december 2011 en 1 oktober 2012).

In het Barro zijn de volgende onderwerpen opgenomen:

  • grote rivieren,
  • kustfundament,
  • defensieterreinen,
  • erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde,
  • rijksvaarwegen,
  • hoofdwegen en landelijke spoorwegen,
  • electriciteitsvoorziening,
  • ecologische hoofdstructuur,
  • primaire waterkeringen buiten het kustfundament,
  • enkele specifieke gebieden zoals Mainport Rotterdam en de Waddenzee.

Niet alle onderwerpen en specifieke gebieden zijn voor Zaanstad relevant voor bestemmingsplannen.

Mogelijk van belang voor Zaanse bestemmingsplannen zijn:

  • Bepalingen met betrekking tot Rijksvaarwegen: er moet rekening gehouden worden met een vrijwaringzone rondom het Noordzeekanaal en met eventuele belemmeringen voor bijvoorbeeld de doorvaart van schepen, zichtlijnen en het uitvoeren van beheer en onderhoud.
  • Bepalingen met betrekking tot reserveringsgebieden rondom hoofdwegen en landelijke spoorwegen in Zaanstad en regels met betrekking tot belemmerende activiteiten in die reserveringsgebieden.
  • Bepalingen ten aanzien van de elektriciteitsvoorziening en specifiek de hoogspanningsverbinding Beverwijk-Oostzaan-Diemen
  • Bepalingen omtrent de wezenlijke kenmerken en waarden van de in de provinciale verordening vastgelegde gebieden in de ecologische hoofdstructuur en de regels voor de bescherming daarvan.

3.3 Provincie

3.3.1 Structuurvisie Noord-Holland 2040

De structuurvisie Noord-Holland 2040 is vastgesteld op 21 juni 2010 en de eerste herziening is op 23 mei 2011 doorgevoerd. In de ruimtelijke structuurvisie heeft de provincie de hoofdbelangen benoemd die gezamenlijk de ruimtelijke hoofddoelstelling van de provincie vormen. Het gaat om ruimtelijke kwaliteit, duurzaam ruimtegebruik en klimaatbestendigheid. Deze worden geborgd en uitgevoerd door instrumenten in te zetten vanuit de onderliggende provinciale ruimtelijke belangen. Dit zijn:

  • het behoud en ontwikkeling van Noord-Hollandse cultuurlandschappen, natuurgebieden en groen om de stad;
  • het behoud en ontwikkeling van verkeer- en vervoernetwerken;
  • voldoende en op de behoefte aansluitende huisvesting;
  • gedifferentieerde ruimte voor landbouw en visserij, economische activiteiten en recreatieve en toeristische voorzieningen;
  • bescherming tegen overstromingen en wateroverlast;
  • schoon drink-, grond- en oppervlaktewater;
  • ruimte voor het opwekken van duurzame energie.
3.3.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie

De eerste Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (PRSV) is tegelijk vastgesteld met de Structuurvisie Noord-Holland 2040 en stelt regels voor de begrenzing van bestaand stedelijk gebied en zeer restrictieve regels voor verstedelijkingsbeleid in het landelijk gebied. Deze regels komen voort uit de ruimtelijke hoofddoelstellingen van de structuurvisie en gaan onder andere over stedelijke ontwikkeling in het buitengebied en de daaraan te stellen ruimtelijke kwaliteitseisen, de Ruimte voor Ruimte-regeling en de mogelijkheden voor verbrede landbouw.

Op 8 maart 2014 hebben Provinciale Staten de PRSV opnieuw vastgesteld.

Plangebied

Het plangebied behoort tot het 'Bestaand Bebouwd Gebied'. De voorgenomen ontwikkeling in het plangebied, dat in de bestaande situatie reeds verstedelijkt is, sluit aan bij wens van de provincie voor verdere stedelijke verdichting.

3.3.3 Beleidskader Wind op Land

Provinciale Staten hebben op 17 december 2012 besloten om te kiezen voor een restrictief beleid voor windenergie op land. Er mag geen uitbreiding plaatsvinden van het aantal grote windturbines op land.

De Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie is naar aanleiding van dit beleid gewijzigd. De definitie van windturbines (artikel 1 deel 43) is als volgt:

een door wind aangedreven bouwwerk met een rotordiameter groter dan 5 meter en een ashoogte groter dan 7 meter waarmee energie wordt opgewekt, inclusief de bij dit bouwwerk behorende (infrastructurele) voorzieningen, met uitzondering van traditionele windmolens of replica’s hiervan.

Onder voorwaarde van herstructurering en participatiemogelijkheden voor omwonenden kan binnen strikte ruimtelijke kaders binnen de polder Wieringermeer ruimte worden geboden voor een beperkte groei in opgesteld vermogen. Buiten het windgebied Wieringermeer respecteert de provincie de bestaande planologische rechten. Solitaire windturbines en lijnopstellingen mogen worden vervangen door windturbines met dezelfde afmetingen en een evenredig vermogen.

3.4 Gemeente

3.4.1 Structuurvisie Zichtbaar Zaans

Op 7 juni 2012 is de Ruimtelijke structuurvisie Zichtbaar Zaans door de gemeenteraad vastgesteld. De structuurvisie geeft een overzicht van de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen tot 2020. Belangrijk element hierin is de verbinding met Amsterdam en de positie in de Metropoolregio. Dit heeft veel consequenties voor Zaanstad op het gebied van aansluiting openbaar vervoer, de verstedelijkingsopgave en de ontwikkeling van de economie. Ook in Zaanstad zelf zijn veel ontwikkelingen gaande op het gebied van onder andere knooppunten van openbaar vervoer, herstructurering van bedrijventerreinen, industrieel erfgoed en de woningbouwopgave. Het behoud van de kernkwaliteiten van het landschap is een belangrijk onderdeel van de structuurvisie, evenals de wens om de milieubelasting in het gebied terug te brengen.
In de structuurvisie zijn de gebiedsprofielen voor heel Zaanstad weergegeven. Voor dit plangebied geeft de structuurvisie aan het gebied de gebiedstypering 'Recreatiegebied binnenstedelijk' met het nadere profiel 'Sportparken'.

Recreatiegebied binnenstedelijk

Sportparken

Gebiedskenmerken

Dit zijn de binnenstedelijke recreatiegebieden. De nadruk ligt hier op de gebruikswaarde voor sport en recreatie. Het beleid is gericht op het multifunctionele gebruik van de grotere sportparken door een verantwoorde mix van sport, recreatie en aangrenzende functies.

Openbare ruimte

Bij herstructurering ligt de nadruk op het verhogen van de gebruikswaarde van de grotere sportparken. Het gebruik van voorzieningen van de sportclubs op sportparken (kantines en sporthallen) voor meerdere doeleinden. Aandacht voor het verbinden van de binnenstedelijke groene ruimtes met de buitenstedelijke natuur- en recreatiegebieden.

Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders

4.1 Inleiding

In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema's. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. De onderwerpen Milieu en Water worden in hoofdstuk 5 (Haalbaarheid en verantwoording van het bestemmingsplan) beschreven.

4.2 Groen , sport en speelruimte

4.2.1 Nota sportbeleid - Zaankanters in beweging

De missie van het sportbeleid is dat we werken aan een samenleving waar iedereen zich thuis voelt en waar gewaakt wordt voor het lichamelijke en psychische welzijn van ons allemaal. Sport is daarbij een speerpunt omdat sport mensen motiveert, activeert en bindt. Inzetten op versterking van de sociale cohesie zien we daarbij als een overkoepelende meerwaarde. We willen steun geven waar dat nodig is. Uitgangspunt is het vertrouwen in de eigen kracht en het initiatief van de samenleving. Kansrijke projecten en initiatieven zijn welkom en krijgen de ruimte, maar hebben niet per se de inzet van de gemeente nodig. Samen met partijen in de samenleving willen we werken aan de participatie en ontplooiing van die groepen, die extra inzet nodig hebben.

De gemeente erkent dat er in de verschillende gebieden sprake is van verschillende problematiek, terwijl er ook binnen de afzonderlijke gebieden weer verschillen zijn. Maatwerk is een vereiste. Bij de afweging welke initiatieven steun krijgen en welke activiteiten worden vorm gegeven speelt de opgave in het gebied een belangrijke rol.

De gemeente vindt het belangrijk dat voor elk gebied voldoende sportaanbod aanwezig is. Dit betekent niet dat al het sportaanbod ook per se in de wijk gerealiseerd wordt.

Ten aanzien van accommodaties vindt de gemeente het belangrijk dat het gebruik van de sportaccommodaties is geïntensiveerd en er geen sprake meer is van langdurige leegstand. Daarnaast moeten alle accommodaties goed toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Onder vernieuwing van de georganiseerde sport verstaan we een grotere samenwerking met onderwijs, het vergroten van het activiteitenaanbod van verenigingen en het inzetten van combinatiefuncties. Op accommodatiegebied betekent vernieuwing ook het zoeken van een flexibel en aanvullend aanbod zoals het 'sportcentrum nieuwe stijl' waarbij parkmanagement een belangrijke rol speelt en het aanbod tegemoet komt aan de gedifferentieerde vraag naar mogelijkheden om te sporten. Het sportcomplex moet een aantrekkelijke voorziening worden met een veelkleurig en veelsoortig gebruik. De verenigingen krijgen daarbinnen alle ruimte om hun core business, het aanbieden van de eigen sport of sporten, waar te maken. Wanneer nieuwe accommodaties worden gerealiseerd zal gekeken worden naar mogelijkheden om te voldoen aan de eisen die gelden voor internationale wedstrijden.

4.2.2 Sport klaar voor de toekomst

In 2008 heeft het college de nota sportaccommodaties 'Sport klaar voor de toekomst' en de nota sportbeleid 'Zaankanters in beweging' vastgesteld. De ruimtelijk relevante onderdelen staan in de nota sportaccommodaties. Daar wordt per sportpark aangegeven wat de toekomstplannen zijn en of het sportpark op de huidige plek blijft bestaan. De belangrijkste ontwikkelingen op dit gebied zijn:

  • voetbalvereniging VVZ van sportpark Oostzijderveld is verplaatst naar het sportpark de Kuil (Kuilpad);
  • verplaatsing atletiekvereniging Lycurgus van sportpark Provily (Krommenie) naar nieuw te realiseren sportpark Omzoom (Noorderweg);
  • verplaatsing korfbalvereniging Fuore en basebal-/softbalvereniging Cromtigers van sportpark Slibkuil (Krommenie) naar nieuw te realiseren sportpark Omzoom (Noorderweg);
  • Blauw Wit en Saenden gaan beiden spelen op het complex van Blauw Wit in West-Knollendam.

4.3 Stedenbouwkundige aspecten en welstand

4.3.1 Welstandsnota

Eind 2013 is de nieuwe welstandsnota van Zaanstad vastgesteld, als resultaat van een discussie in de gemeenteraad over de te volgen welstandskoers. Het uitgangspunt daarbij was dereguleren en vereenvoudigen, maar met behoud van ruimtelijke kwaliteit in de stad.
Het resultaat van de discussie in de raad is het uitgangspunt voor de Welstandsnota Zaanstad 2013: een gedifferentieerde aanpak met minder en eenvoudiger regels waar het kan en nauwkeurige welstandssturing waar het moet.

Inmiddels is de markt veranderd als gevolg van de economische crisis en ook de rol van de overheid is aan het veranderen. De gemeente moet haar inzet meer gericht inzetten en soms de keuze maken om minder beleid te voeren.

In deze welstandsnota wordt daarom een proef met welstandsvrije gebieden ingevoerd. Dit zorgt voor vermindering van de regeldruk en vormt een bijdrage aan de gemeentelijke hervormingsagenda. De welstandsvrije proef betreft delen van een aantal bedrijventerreinen en naoorlogse woonwijken waar geen grootschalige herstructurering of ontwikkeling loopt vanuit de gemeente. Monumenten zijn hiervan uitgezonderd.

In overige woonwijken, die vaak een gelijksoortige, seriematige opbouw hebben en waar vooral veel kleine uitbreidingen worden aangevraagd, zijn de regels vereenvoudigd en teruggebracht in aantal. In deze gebieden ligt de nadruk op beheer en is het uitgangspunt 'sturen op basiskwaliteit', vooral door middel van een welstandstoets.

In gebieden die typisch Zaans zijn of door andere kwaliteiten vragen om meer sturing op ruimtelijke kwaliteit geldt een gewogen beleid. Dit betekent niet dat er niets kan, maar dat er aan de bestaande eigenschappen van het gebied grote waarde wordt toegekend en dat de bewijslast om met een nieuw plan hiervan af te wijken groter is. De criteria geven aan dat in die gevallen extra zorgvuldigheid en ontwerpdeskundigheid vereist zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0008.png"

Figuur: welstandsnota 2013

4.4 Infrastructuur en parkeren

4.4.1 Zaans Verkeer Vervoer Plan (ZVVP)

Op 12 februari 2009 heeft de gemeenteraad met een overgrote meerderheid het ZVVP vastgesteld. Het ZVVP is een integraal beleidsplan op het gebied van verkeer en vervoer. In het ZVVP staan de uitgangspunten de het bestuur hanteert om behalve oplossing van verkeersvraagstukken, ook oplossingen voor een schoner milieu dichterbij te brengen.

4.4.2 Verkeersplan

Op grond van afspraken uit het convenant Duurzaam Veilig, gesloten tussen Rijk, Provincie en de Vereniging Nederlandse Gemeenten, is het Verkeersplan Zaanstad tot stand gekomen. Het verkeersplan is op 25 november 1999 door de gemeenteraad vastgesteld. Het belangrijkste onderdeel van dit plan is de wegcategorisering van de binnen de gemeente gelegen wegen. Doel van het categorisering van wegen is te komen tot voor de weggebruiker herkenbaar wegtypes en het daarbij behorende gedrag.

De hoogste categorie is de stroomweg. Deze weg is gericht op het snel laten doorstromen van het verkeer. De laagste categorie wordt gevormd door de erftoegangswegen. Dit zijn hoofdzakelijk wegen in woongebieden. De weg wordt gebruikt door auto's en fietsers. Het verkeer moet echter ook rekening houden met spelende kinderen en overstekende voetgangers. Van de weggebruiker wordt een lage snelheid verwacht. De inrichting van de weg moet dit duidelijk maken, bijvoorbeeld door het aanbrengen van drempels of versmallingen. De tussenliggende categorie is de gebiedsontsluitingsweg. Deze vormen een schakel tussen de stroomwegen en de erftoegangswegen. Vaak vormen zij ook een verbinding tussen verschillende delen van de stad. De wegen dienen grotere stromen verkeer af te wikkelen. Doorstroming is belangrijk; de snelheid ligt echter duidelijk lager dan op stroomwegen.

In 2003 is de wegcategorisering geactualiseerd op basis van ervaringen en nieuwe ontwikkelingen die zich op landelijk niveau hebben voorgedaan. De hieruit resulterende wegcategoriseringskaart met bijbehorende inrichtingseisen is door de gemeenteraad vastgesteld op 26 februari 2004.

4.4.3 Openbaar Vervoervisie consessiegebied Zaanstreek

Op 9 oktober 2003 is de Openbaar Vervoervisie concessiegebied Zaanstreek (OV-visie) door de gemeenteraad van Zaanstad vastgesteld. Hierin is het openbaar vervoerbeleid van de gemeenten Oostzaan en Zaanstad vastgelegd.

De gemeente Zaanstad is zelf niet bevoegd voor het openbaar vervoer; het SRA is de formele opdrachtgever. Om bij de aanbesteding van het openbaar busvervoer Zaanse wensen in te kunnen brengen, is in de OV-visie een ideaal openbaar vervoernetwerk geschetst. De basis van het ideale busnetwerk wordt gevormd door ontsluitende lijnen die de woongebieden met het ziekenhuis, het centrum van Zaandam en de knooppunten verbinden. Daarnaast zijn er verbindende buslijnen die inwoners over grotere afstand snel vervoeren. In de spitsuren zijn er lijnen die de woongebieden rechtstreeks met een aantal belangrijke werkgelegenheidsgebieden verbinden.

In late avonduren is er een aangepast net. Naast deze reguliere lijnen acht de gemeenteraad ook een collectief vraagafhankelijk vervoersysteem (CVV) zeer wenselijk.

4.4.4 Fietsnota Bevorderen fietsverkeer Zaanstad

Op 29 november 2007 heeft de gemeenteraad de fietsnota 'Bevorderen fietsverkeer Zaanstad' vastgesteld. Met de fietsnota en de uitvoering ervan wil de gemeente het fietsgebruik in Zaanstad bevorderen. In 2015 moet 35% van het aantal verplaatsingen met de fiets plaatsvinden. Dit onder andere ter verbetering van het milieu en ter verlichting van de autodruk in de verblijfsgebieden. Ook moet de (verkeers)veiligheid van en voor de fietser versterkt worden.

Zaanstad doet al veel dingen op het gebied van de fiets in Zaanstad. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van het Westerwindpad en zeer recentelijk nog het realiseren van een OV-fiets uitgiftepunt op station Krommenie-Assendelft. Er moet echter meer gebeuren. Vandaar dat er een fietsnota is opgesteld met een Actie Plan Fiets dat concrete maatregelen omvat. Enkele maatregelen zijn bijvoorbeeld de aanleg van (ontbrekende) fietspaden, verbetering van wegbewijzering, verbetering van het fietsparkeren en diefstalpreventie.

De fietsnota Zaanstad is tot stand gekomen met raadpleging van diverse belangengroepen, zoals de Fietsersbond, Veilig Verkeer Nederland, de Ondernemerskring Zaanstreek en de wijkoverlegorganen.

4.4.5 Parkeernota

De parkeernota 2013 is in twee delen gesplitst. De belangrijkste punten uit het eerste deel van de parkeernota:

  • Bouwplannen kunnen getoetst worden aan nieuwe actuele parkeernormen. Hiermee wordt voorkomen dat parkeeroverlast op de omgeving wordt afgewenteld zonder dat de ontwikkelaar moet voorzien in te veel parkeerplaatsen;
  • Voor de sterk stedelijke zone A en B (Inverdan en het gebied tussen de Wibautstraat en de Provincialeweg en de Vincent van Goghweg en de Den Uylbrug) krijgen ontwikkelaars de keus; óf het parkeren wordt gerealiseerd op eigen terrein óf de eis wordt afgekocht bij de gemeente. Het parkeren of realiseren van parkeerplaatsen op het terrein van derden is niet meer mogelijk in dit gebied. Het afkopen van de parkeereis wordt voor iedereen mogelijk, dus ook als de parkeerdruk hoog is. Voor Indervan-West en Saendelft kan, wanneer de ontwikkelingen daar aanleiding toe geven proactief een regiem worden ingevoerd met betaald parkeren of parkeren voor vergunninghouders.

Deel twee van de parkeernota zal later worden uitgewerkt en zich meer toespitsen op betaald parkeren, speciale tarieven voor milieuvriendelijke auto’s en betalen naar gebruik in de stad. Ook wordt in deel twee van de nota aandacht besteedt aan buurtgarages en parkeren op afstand.

4.5 Cultuurhistorie en archeologie

4.5.1 Archeologie
4.5.1.1 Nota archeologie Zaanstad

In deze nota zijn de uitgangspunten van de Monumentenwet 1988 verwerkt. In de nota staat dat de gemeente in haar bestemmingsplannen de gebieden van archeologische waarde aan gaat geven. Aan omgevingsvergunningen, sloopvergunning/ -melding of omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden voor projecten die binnen deze gebieden vallen, verbindt de gemeente voorwaarden om archeologische vindplaatsen in de bodem te beschermen. Is dit niet mogelijk dan zal de aanvrager van de vergunning de vindplaatsen op moeten laten graven. Dergelijke eisen worden ook opgenomen in projectafwijkingsbesluiten en afwijkingen van het bestemmingsplan.

4.6 Overige onderwerpen

4.6.1 Grootschalige reclamemasten

Grootschalige reclamemasten zijn masten van 10 meter en hoger met reclame-uitingen. Grootschalige reclamemasten passen niet binnen iedere omgeving: het omringende landschap moet de maat en schaal van deze objecten aan kunnen.

Binnen Zaanstad zijn geen nieuwe potentiële locaties die de maat en schaal van grootschalige reclamemasten aan kunnen. Bij de locatiekeuze van deze masten wordt daarom gekozen voor ruimtelijke kwaliteit. Het beleid is dat de plaatsing van nieuwe grootschalige reclamemasten in Zaanstad niet wordt toegestaan. De (tot nu toe) enige uitzondering hierop vormt de grootschalige reclamemast die de Ikea mag gaan plaatsen op Zuiderhout. De beleidsregel vormt het kader bij te nemen besluiten over mogelijk te plaatsen grootschalige reclamemasten.

4.6.2 Nota kleine windturbines

Op 28 oktober 2008 is de nota kleine windturbines in Zaanstad door het college aangenomen. De nota is vervolgens ter kennisname aan de raad aangeboden.

Provinciale Staten hebben echter op 17 december 2012 besloten om te kiezen voor een restrictief beleid voor windenergie op land. Er mag geen uitbreiding plaatsvinden van het aantal windturbines op land. Naar aanleiding van dit besluit is in de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie de volgende definitie opgenomen:

Windturbines: een door wind aangedreven bouwwerk met een rotordiameter groter dan 5 meter en een ashoogte groter dan 7 meter waarmee energie wordt opgewekt, inclusief de bij dit bouwwerk behorende (infrastructurele) voorzieningen, met uitzondering van traditionele windmolens of replica’s hiervan.

Dit heeft gevolgen voor het Zaanse beleid, in die zin dat windturbines met een rotordiameter groter dan 5 meter en een ashoogte groter dan 7 meter niet zijn toegestaan.

Zie ook Beleidskader Wind op Land

Hoofdstuk 5 Haalbaarheid en verantwoording van het bestemmingsplan

5.1 Milieuaspecten

5.1.1 Inleiding

Voor het plangebied zijn diverse milieuonderzoeken uitgevoerd ten aanzien van geluid, externe veiligheid, geur, luchtkwaliteit, bodem, en natuurwaarden. In onderstaande paragrafen zijn de resultaten en conclusies van deze milieuonderzoeken opgenomen. De volledige onderzoeken zijn als bijlagen toegevoegd.

Figuur ligging plangebied

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0009.jpg"

5.1.2 Bedrijven en milieuzonering
5.1.2.1 Plangebied

Invulling plangebied

Alle gronden met de bestemming Sport zijn bestemd voor sportverenigingen, veldsporten, topsportcentrum etc. Het topsportcentrum de Koog geeft ruimte aan talentontwikkeling en topsport in de regio door ruimte voor trainingen, wedstrijden en evenementen te combineren met sport-medische voorzieningen en ruimte voor aanvullende activiteiten, zoals huiswerkbegeleiding. Het topsportcentrum is een plek waar top- en breedtesport elkaar ontmoeten en elkaar versterken.

De volgende verenigingen gaan gebruik maken van het nieuwe topsportcentrum de Koog:

  • Korfbalvereniging KZ/Hiltex;
  • Zaalvoetbalvereniging The Counters / Koepelvereniging Zaalvoetbal;
  • Korfbalvereniging Roda;
  • Badmintonvereniging Matchpoint;
  • Volleybalvereniging Zaanstad.

Ook een deel van de sportacademie van het ROC zal hierin worden gehuisvest. Evenals de kantines en kleedruimtes van de voetbalvereniging en korfbalvereniging en een ruimte voor buitenschoolse opvang.

Ter plaatse van de bestemming 'Gemengd' zijn diverse functies gevestigd. Op de strook tegenover de dr. Jan Mulderstraat zijn een moskee, de Tamboer, Trompetter en Majorettekorps en motorclub gevestigd en een tandartspraktijk aan de Wezelstraat. Binnen de bestemming 'Gemengd' zijn diverse functies mogelijk, zoals sport, maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen en bedrijven tot categorie 3.1.

Binnen het plangebied komen geen woningen voor.

Omgeving van het plangebied.

De twee bedrijfswoningen buiten het plangebied aan de Wezelstraat 2 en 4 bevinden zich in gemengd gebied, omdat het twee voormalige bedrijfswoningen betreft waardoor er sprake is van functiemenging van wonen met bedrijvigheid.

De woonwijk ten noorden van het plangebied wordt als een rustige woonwijk beschouwd.

Figuur gebiedstypen

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0010.jpg" 

Milieugevoelige functies (zoals wonen, maatschappelijk) en bedrijvigheid kunnen elkaar in de weg zitten. Enerzijds kunnen bestaande bedrijven een belemmering vormen voor nieuwe ontwikkelingen, zoals de bouw van gevoelige bestemmingen zoals bijvoorbeeld nieuwe woningen, anderzijds kan oprukkende woningbouw de bedrijfsvoering van bedrijven belemmeren. Dit geldt niet alleen voor bedrijvigheid, maar ook voor maatschappelijke functies, zoals sportfaciliteiten scholen, kerkgebouwen, kinderdagverblijven, bejaardentehuizen enz. Voor dit soort vraagstukken heeft de VNG de handreiking 'bedrijven en milieuzonering 2009' uitgegeven. Deze handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk is een leidraad voor een goede ruimtelijke inpassing van milieubelastende activiteiten en milieugevoelige objecten.

5.1.2.2 Richtafstanden en milieuzone

Voor de bestemde activiteiten binnen het plangebied gelden richtafstanden tot gevoelige objecten in dit geval woningen van derden. Op basis van de milieubelasting van activiteiten zijn de activiteiten opgedeeld in een aantal milieucategorieën. Hoe ernstiger de potentiële milieubelasting hoe hoger de milieucategorie en hoe groter de richtafstand ten opzichte van een woning in een rustige woonwijk of gemend gebied is. De milieubelasting wordt bepaald door verschillende milieuaspecten, zoals gevaar, stof, geur, geluid, verkeer en visueel. Voor elk milieuaspect geldt een aparte richtafstand. Het aspect met de grootste richtafstand is maatgevend voor de zonering.

De milieuzonering wordt echter niet alleen gebruikt om te bepalen welk type bedrijf zich in het plangebied kan vestigen. Bestaande bedrijven kennen namelijk een milieuzone. Binnen deze milieuzone is het, voor een goede ruimtelijke ordening, niet toegestaan om woningen of andere hindergevoelige objecten te bouwen. Bij de realisatie van woningbouw zal dan ook rekening moeten worden gehouden met de milieuzonering van de bestaande bedrijven.

Richtafstanden gelden ten opzichte van gevoelige bestemmingen (zoals o.a. woningen en bepaalde maatschappelijke functies) en is afhankelijk van het gebiedstype waarin de gevoelige bestemming zich bevind. De richtafstand tot een gevoelige bestemming in een rustige woonwijk is groter dan de afstand tot een gevoelige bestemming in gemengd gebied. De richtafstanden zoals die zijn aangegeven in bovenstaande VNG-systematiek lopen uiteen van 0 meter (categorie 1) tot 1.500 meter of meer (categorie 6). Categorie 1 heeft betrekking op bedrijven die geen hinder van belang veroorzaken en categorie 6 heeft betrekking op zeer zware en hinderlijke activiteiten. In de VNG brochure zijn de volgende richtafstanden per milieucategorie opgenomen:

Tabel 1.19. Richtafstanden “staat bedrijfsactiviteiten”

Milieucategorie
 
Richtafstand tot gevoelige bestemming
In een rustige woonwijk of buitengebied  
Richtafstand tot gevoelige bestemming
In gemengd gebied  
1   10 m   0 m  
2   30 m   10 m  
3.1   50 m   30 m  
3.2   100 m   50 m  
4,1   200 m   100 m  
4.2   300 m   200 m  
5.1   500 m   300 m  
5,2   700 m   500 m  
5,3   1000 m   700 m  
6   1500 m   1000 m  

NB. De richtafstandenlijsten gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd, dan kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).

Omgevingstypen

Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijk gebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring.

Gemengd gebied wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van functiemenging of ligging nabij drukke wegen of een industrieterrein en is daardoor enigszins “verstoord”. De richtafstanden ten opzichte van de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied gaan uit van functiescheiding.

Bestemming Gemengd

De afstand tussen de strook met bestemming 'Gemengd' en de dr. Jan Mulderstraat (rustige woonwijk) is 50 meter. Op deze strook is maximaal milieucategorie 3.1. toelaatbaar.

Voor de sportclubs en het zwembad zijn de bedrijfswoningen aan de Wezelstraat 2-4 de dichtst bij zijnde derde, dit zijn woningen in gemengd gebied. Omdat de afstand tussen deze woningen en het dichtst bijgelegen sportveld 30 meter is de maximaal toelaatbare milieucategorie binnen de bestemming Sport ook milieucategorie 3.1.

Bedrijven en verenigingen binnen het plangebied

Binnen het plangebied komen verschillende bedrijven en (sport)verenigingen voor. Van deze bedrijven en verenigingen is onderzocht of die op voldoende afstand van gevoelige bestemmingen liggen. Uit onderstaande tabel blijkt dat alle bedrijven en verenigingen op voldoende afstand tot gevoelige bestemmingen gelegen zijn.

Tabel Inventarisatie van bedrijven / inrichtingen binnen plangebied:

adres Wezelstraat   Naam   SBI code
2008  
milieucategorie   Richtafstand tot woning van 3de   Werkelijke afstand

 
1a   Tandheelkunde Westerkoog   8621   1   -   n.v.t.  
naast 2   Gasdrukmeet- en regelstation c   35 d4   2   10 *   110 m bedrijfswoning Wezelstraat 2-4  
1b   Zwembad Zaangolf   9311   3.1   30 *   80 m bedrijfswoning Wezelstraat 2-4  
2a   Koog-Zaandijkse tennisvereniging   931-g
 
3.1   30 *   280 m bedrijfswoning Wezelstraat 2-4  
3   Postduivenvereniging Koog Zaandijk
 
Niet bekend   1   --   n.v.t.  
3a   Tennisvereniging Westzijderveld   931-f   3.1   30 *   280 m bedrijfswoning Wezelstraat 2-4  
5   Korfbalvereniging Koog Zaandijk

Nieuwe tosportcentrum
sportacademie
 
931-g


931-a
8532, 854, 855  
3.1


3.1
2  
30 *



10 *  
31 m bedrijfswoning Wezelstraat 2-4  
9   Kooger Football Club KFC
 
931-g
 
3.1   50 **   64 m Dr. Jan Mulderstraay  
15   Tambper, Trompetter en Majorettekorps vereniging TTM Simson.   8552   2   30 **   50 m Dr. Jan Mulderstraat 8  
17   Motorclub Mozamo   94991-A   2   30**   50 m Dr. Jan Mulderstraat 10  
19   Moskee Sounnat   9491   1   -**   50 m Dr. Jan Mulderstraat 18  

  * richtafstand tot bedrijfswoning in gemengd gebied

** richtafstand tot woningen in een rustige woonwijk

5.1.2.3 Toelaatbaarheid activiteiten

Binnen de strook met de bestemming 'Gemengd' is de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten gekoppeld aan de “staat van bedrijfsactiviteiten”. De maximaal toelaatbare milieucategorie op deze strook is milieucategorie 3.1., gezien de afstand van 50 meter tot de rustige woonwijk.

De maximaal toelaatbare milieucategorie binnen de bestemming sport is ook milieucategorie 3.1.

Voor de toelaatbaarheid van horecabedrijven geldt de staat van horecabedrijven (max categorie 1).

5.1.2.4 Conclusie

De ontwikkeling van het topsportcentrum is ruimtelijk inpasbaar en alle bestemde activiteiten voldoen aan de richtafstanden uit de VNG Handreiking bedrijven en milieuzonering.

5.1.3 Bodem

Het sportpark de Koog ligt ingesloten tussen de A8 (zuidzijde), de Pellekaanstraat (oostzijde), de Guisweg (noordzijde) en de Fortuinweg N203 (westzijde).

Ter plaatse van het plangebied bevond zich stortplaats de Wezel (huishoudelijk, bouw- en sloopafval en bedrijfsafval). Aan de zuidzijde van het plangebied heeft een Verf/Loodwitmolen (Het Gekroonde Zeepaard, De Mok) gestaan. Beide activiteiten hebben tot bodemverontreiniging geleid.

De bodem in het plangebied is in het verleden onderzocht. Hieronder staan de resultaten beschreven.

5.1.3.1 Resultaten van het onderzoek voormalige stortplaats Wezel

Afgezien van het asbestonderzoek (verseon2013/16822, van december 2012), dateren de uitgevoerde bodemonderzoeken uit de jaren '90.

Tot circa 0,3 a 0,8 m -mv. is een zandige ophooglaag aanwezig met daaronder veen tot de maximale boordiepte van ongeveer 2,5 m -mv. Plaatselijk is tot de einddiepte zand of veen aangetroffen.

Er is duidelijk sprake van stort/dempingen, wat is af te leiden uit de bodemvreemde bijmengingen in de grond. De venige boven- en ondergrond met bijmengingen met puin, aardewerk, bot, leer en gruis is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen. De zandige bovengrond met puin en asfalt is sterk verontreinigd met PAK en licht met enkele zware metalen en minerale olie. De zandige ondergrond met glas, ijzer, aardewerk, sintels en gruis is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen en licht met minerale olie en PAK-totaal. De zintuiglijk schone venige ondergrond is matig verontreinigd met lood en licht andere zware metalen en PAK-totaal. Het veen met gravel en klei met slib, puin, aardewerk en/of plastic, bevat maximaal licht verhoogde gehalten aan met name zware metalen en plaatselijk ook met PAK-totaal. Geconcludeerd wordt dat de verhoogde gehalten samenhangen met de geconstateerde bijmengingen van bodemvreemd materiaal.

In het stort-/dempingsmateriaal en in de bovengrond is geen asbest aangetoond.

Op basis van de resultaten van het onderzoek (veldwaarnemingen en analyseresultaten) wordt bevestigd dat het aanwezige stort-/dempingsmateriaal sterk verontreinigd is met zware metalen (en PAK totaal).

Er is geen asbest aangetoond. Bij het huidige (en toekomstige) gebruik vormen de aangetoonde verontreinigingen in de grond geen actuele humane risico's.

Tijdens het asbestonderzoek is de kwaliteit van het grondwater op de locatie niet onderzocht.

5.1.3.2 Resultaten van het onderzoek locatie zwembad Wezelstraat 5

Resultaten onderzoek voorafgaand aan de bouw van het zwembad ('Oranjewoud'; rapportnr. 601-91546; revisie 01, 25-08-1997): in de bovengrond van het zuidwestelijke deel van het terrein is veel schoon zand aangetroffen. Plaatselijk is de veengrond sterk verontreinigd met zink en/of lood. Het ophoog/dempingsmateriaal is voor zover analytisch onderzocht matig verontreinigd met lood en zink en licht verontreinigd met PAK en minerale olie. Ter plaatse van de vroegere stortplaats zijn lokaal in de bovengrond hoge concentraties aan zware metalen gemeten.

Het grondwater langs de rand van de toekomstige zwembadlocatie bevat geen verontreiniging van betekenis.

Ten behoeve van graafwerkzaamheden voor de bouw van het zwembad is door de provincie Noord-Holland een beschikking afgegeven (kenmerk 98-512310, 19 mei 1998).

Volgens de Wet bodembescherming was sanering niet urgent: het verontreinigde ophoog- en dempingsmateriaal leverde geen actuele risico's voor de volksgezondheid en het milieu opleveren.

5.1.3.3 Conclusie

Op basis van de hierboven genoemde informatie blijkt dat de huidige bodemkwaliteit geschikt is voor de bestemde functies. Het gebied is vanuit historisch oogpunt niet vrij van sterke verontreinigingen in de grond. Bij een herontwikkeling/bestemmingswijziging dient hier dan ook kritisch naar gekeken te worden.

Te verrichten werkzaamheden bij aanvraag bouwvergunning. In geval van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen, grondverzet of een bestemmingswijziging kan het noodzakelijk zijn aanvullend onderzoek of sanerende maatregelen uit te voeren. Dit moet dan per geval beoordeeld worden. Bij een bestemmingswijziging moet de kwaliteit van de grond in de nieuwe bestemming voldoen aan de maximale waarden die horen bij de functie volgens de bodemfunctiekaart op de betreffende locatie.

Bodemonderzoeken dienen te worden verricht door een onderzoeksbureau dat gecertificeerd is conform de eisen die zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit.

5.1.4 Luchtkwaliteit
5.1.4.1 Jaarlijkse rapportage luchtkwaliteit Zaanstad

Uit het onderzoek over het jaar 2012, dat met behulp van de Monitoringstool van het ministerie van I&M is uitgevoerd voor de gemeentelijke-, provinciale- en rijkswegen en de wegen die in het beheer zijn van de waterschappen, blijkt dat langs geen enkel wegvak binnen de gemeente Zaanstad de wettelijke grenswaarde voor de jaargemiddelde concentraties NO2 (60 µg/m3 tot 1 januari 2015) wordt overschreden. Hierdoor worden nergens binnen de gemeente Zaanstad personen permanent blootgesteld aan concentraties boven de jaargemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide.

In de Monitoringstool is de uurgemiddelde concentratie voor NO2 niet opgenomen. Tot op heden is er nog nooit een overschrijding van deze grenswaarde binnen de gemeente Zaanstad geconstateerd.

Langs geen enkel wegvak van de gemeentelijke-, provinciale- en rijkswegen en de wegen die in het beheer zijn van de waterschappen werd in 2012 de wettelijke grenswaarde (40 µg/m3) voor de jaargemiddelde concentratie voor PM10 overschreden. Hierdoor worden nergens binnen de gemeente Zaanstad personen permanent blootgesteld aan concentraties boven de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10.

Langs geen enkel wegvak van de gemeentelijke-, provinciale- en rijkswegen en de wegen die in het beheer zijn van de waterschappen werd in 2012 de 24 uurgemiddelde concentratie voor PM10 (50 µg/m3) meer dan 35 keer per jaar overschreden. Hierdoor worden nergens binnen de gemeente Zaanstad personen permanent blootgesteld aan het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie voor PM10.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0011.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0012.jpg"

Conclusie: er is sprake van een verantwoorde luchtkwaliteit voor het nieuwe topsportcentrum en de functies in het gebied.

5.1.4.2 Bijdrage ruimtelijke ontwikkeling aan de luchtkwaliteit

De verkeersaantrekkende werking van het beoogde topsportcentrum bedraagt maximaal 1500 bezoekers. Met dit aantal bezoekers is het effect op de plaatselijke luchtkwaliteit berekend. Hiervoor is de rekentool Car II versie 11 van het ministerie van infrastructuur en milieu gebruikt. Uit het rekenresultaat blijkt dat, ondanks de ontwikkeling, de waarden voor de voor de luchtkwaliteit representatieve parameters (NO2 en PM10) ruim onder de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit liggen.

Tabel rekenresultaat luchtkwaliteit inclusief verkeersaantrekkende werking topsportcentrum.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0013.jpg"

5.1.4.3 Conclusie

De ontwikkeling van het topsportcentrum en alle overige bestemmingen voldoen aan de eisen van de Wet luchtkwaliteit

5.1.5 Geur
5.1.5.1 Geurbeleving

Het plangebied ligt buiten de gezamenlijke geurhindercontour van de Zaanse geur veroorzakende bedrijven uit het ontwerp geurbeleid van Gemeente Zaanstad 2014. Dit betekent dat er wel geur kan worden waargenomen, maar dat er volgens het ontwerp geurbeleid minder dan 12% geurgehinderden zullen zijn. Minder dan 12% geurgehinderden wordt landelijk als een goede leefomgevingskwaliteit voor geur beschouwd.

In 2012 heeft de gemeente de laatste zaanpeiling gedaan. Volgens deze zaanpeiling hebben de nabijgelegen wijken Westerkoog en Rooswijk een gemiddelde geurbelasting. Het tussen deze wijken in gelegen plangebied zal eenzelfde geurwaardering hebben.

Voor de zaanpeiling is aan de inwoners gevraagd in welke mate zij de afgelopen twaalf maanden geurhinder ondervonden en deze hinder uit te drukken in een cijfer van 1 tot en met 5 (waarbij 1 geen hinder is en 5 ernstige hinder). In 2009 was de gemiddelde score 2,27, in 2011 was dat gedaald naar 2,17 en in 2012 heeft weer een kleine daling plaatsgevonden (score 2,06). Dat betekent dat bewoners langzaam maar zeker minder geurhinder ervaren. Mensen van 65 jaar en ouder ervaren gemiddeld genomen minder geuroverlast dan andere leeftijdsgroepen.

In alle Zaanse wijken is de geurbeleving sinds 2009 verminderd (figuur 3).

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0014.jpg"

5.1.5.2 Conclusie

Vanwege de publieksfunctie wordt het topsportcentrum als een geurgevoelig object beschouwd. De planlocatie bevindt zich echter niet in de buurt van een geurveroorzakend bedrijf en omdat de geurbelasting van het plangebied lager dan gemiddeld voor Zaanstad is, zal er geen geurhinder in het plangebied worden ondervonden.

5.1.6 Geluid
5.1.6.1 Akoestische situatie plangebied

De akoestische situatie van dit bestemmingsplan is in het kader van de Wet geluidhinder onderzocht. De planlocatie wordt belast met weg- , railverkeer- en industrielawaai. De planlocatie ligt binnen de geluidzone van de Rijksweg A8 en de spoorlijn Zaandam/ Uitgeest/Purmerend. Verder ligt de locatie binnen de geluidzones van de gezoneerde industrieterreinen Cacoa de Zaan en Industrieterrein Zetmeelbedrijven de Bijenkorf en omstreken.

Binnen het plangebied gelden er geen ruimtelijke beperkingen vanwege luchtverkeerlawaai. Voor geluidsgevoelige bestemmingen, zoals wonen, scholen, instellingen voor gezondheidszorg waar overnacht wordt, geldt dat die in principe niet mogen worden blootgesteld aan een geluidsniveau boven de voorkeurswaarde. De voorkeurswaarde (Wet geluidhinder) voor railverkeerlawaai is 53 dB, voor wegverkeerlawaai is dat 48 dB.

Binnen het topsportcentrum wordt ook een deel van de sportacademie 'sport en beweging' van het ROC gehuisvest. De functie onderwijs is in het algemeen geluidgevoelig. Alleen de theorieleslokalen van deze academie zijn geluidgevoelig.

5.1.6.2 Industrielawaai

Binnen het plangebied liggen de geluidszones van de gezoneerde industrieterreinen; Cacoa de Zaan en Industrieterrein Zetmeelbedrijven de Bijenkorf en omstreken.

Figuur geluidzones

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0015.jpg"

De feitelijke industrielawaaibelasting van het gebied is niet hoger dan 50 dB(Lden) en daardoor vergeleken met weg- en railverkeerlawaai nauwelijks waarneembaar.

Figuur industrielawaai omgevingslawaaikaart 2011

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0016.jpg"

Het nieuw te realiseren topsportcentrum heeft geen gevolgen voor de geluidzones.

De geluidzones zijn op de verbeelding en in de regels opgenomen.

5.1.6.3 Railverkeerslawaai

De planlocatie ligt binnen de geluidszone van de spoorlijn Zaandam/Alkmaar.

De railverkeerlawaaicontouren binnen het plangebied zijn berekend met Geomilieu 2.30. Als input is het wettelijk voorgeschreven geluidregister railverkeerlawaai van het ministerie van I&M gebruikt. Uit de berekende geluidcontouren zonder afschermende bebouwing blijkt dat de gehele planlocatie geluidbelast is boven de voorkeurswaarde van 53 dB voor railverkeerlawaai.

Figuur railverkeerlawaaicontouren geluidregister rail 2014

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0017.jpg"

5.1.6.4 Wegverkeerlawaai

Door de ligging aan de A8, de Guisweg en de Provincialeweg die allen drukke wegen zijn is het wegverkeerlawaaibelasting op de planlocatie aan de hoge kant. De wegverkeerlawaaicontouren zijn berekend met Geomilieu 2.3. als input is geluidregister rijkswegen ministerie I&M en het Zaanse verkeersmodel prognose 2024 gebruikt.

Figuur wegverkeerlawaai A8 Zaans verkeersmodel prognose 2024

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0018.jpg"

Figuur wegverkeerlawaai Provincialeweg Zaans verkeersmodel prognose 2024

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0019.jpg"

Figuur wegverkeerlawaai Guisweg Zaans verkeersmodel prognose 2024

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0020.jpg"

Figuur wegverkeerlawaai Fortuinweg Zaans verkeersmodel prognose 2024

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0021.jpg"

De geluidbelasting van het plangebied is hoog. In het gehele plangebied is het wegverkeerlawaai hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB en voor de oostelijke helft van het plangebied is het railverkeerlawaai hoger dan de voorkeurswaarde van 55 dB. De gemeente kan op grond van de beleidsregel 'hogere waarden Zaanstad' ontheffing verlenen tot de wettelijke grenswaarde van 53 dB voor wegverkeerslawaai en 68 dB voor spoorweglawaai. Een ontheffing kan alleen verleend worden als het pand ook een geluidluwe gevel heeft waaraan 30% van de verblijfsruimtes gesitueerd zijn. Binnen de zone met een wegverkeerlawaaibelasting hoger dan de grenswaarde van 53 dB kunnen alleen geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd worden indien de verblijfsruimtes (leslokalen) van deze bestemmingen zijn voorzien van een dove gevel en als er ook een geluidluwe gevel is. Een geluidluwe gevel is een gevel met een geluidbelasting tot aan de voorkeurswaarde (48 dB wegverkeer).

5.1.6.5 Geluidbelasting geplande topsportcentrum

Omdat er theorieleslokalen voor de opleiding 'Sport en Beweging' van het ROC in het topsportcentrum gehuisvest worden, is de weg- en railverkeerlawaaibelasting op het topsportcentrum berekend.

Voor de berekening is het geluidregister spoor en rijkswegen van I&M prognose 2023 gebruikt. De zes beoordelingspunten zijn aan de N, NO, ZO, Z, ZW en NW zijde van het topsportcentrum gesitueerd.

Figuur akoestisch model

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0022.jpg"

De rekenresultaten van deze berekeningen zijn in onderstaande tabellen weergegeven.

Wegverkeerslawaai van de A8

Het topsportcentrum ligt binnen de geluidszone van de A8, de Guisweg, de Fortuinweg en de Provincialeweg. De Wezelstraat is een 30 km weg die geen geluidszone heeft. De A8 is de dominante geluidsbron voor wat het wegverkeerslawaai betreft en veroorzaakt een geluidsbelasting hoger dan de voorkeurswaarde. De geluidsbelasting van de Guisweg, de Fortuinweg en de Provincialeweg is lager dan de voorkeurswaarde (48 dB).

Tabel wegverkeerlawaai A8 incl 2 dB reductie Art 110g Wgh

Naam   Hoogte   Dag   Avond   Nacht   Lden  
N_A   1,5   41   39   35   43  
N_B   4,5   43   40   36   44  
NO_A   1,5   48   45   41   49  
NO_B   4,5   49   46   42   51  
NW_A   1,5   57   55   51   59  
NW_B   4,5   57   54   50   59  
Z_A   1,5   60   57   54   62  
Z_B   4,5   60   58   54   62  
ZO_A   1,5   46   43   39   48  
ZO_B   4,5   51   48   44   53  
ZW_A   1,5   56   54   50   58  
ZW_B   4,5   58   56   52   60  

Op de rekenresultaten is een aftrek van 2 dB toegepast conform art 110g Wgh.

De voorkeurswaarde voor wegverkeerslawaai is 48 dB. De grenswaarde voor geluidgevoelige bestemmingen in buitengebied is 53 dB.

Alleen de noordelijke gevel heeft een geluidsbelasting lager dan de voorkeurswaarde. De oostelijke gevel heeft een belasting die ligt tussen de voorkeurs- en grenswaarde. De westelijke en zuidelijke gevel hebben een geluidbelasting boven de grenswaarde.Aan deze twee zijden van het gebouw zijn geen leslokalen zonder dove gevel mogelijk.

Spoorlawaai

Het topsportcentrum bevind zich binnen de geluidszone van de spoorweg Zaandam-Uitgeest

De rekenresultaten van de berekening van de railverkeerlawaaibelasting is in onderstaande tabel weergegeven.

Tabel railverkeerlawaaibelasting

railverkeerlawaai topsportcentrum        
Naam   Hoogte   Dag   Avond   Nacht   Lden  
N_A   1,5   48   47   40   50  
N_B   4,5   49   48   41   51  
NO_A   1,5   52   51   44   54  
NO_B   4,5   54   53   47   56  
NW_A   1,5   37   36   30   39  
NW_B   4,5   39   38   32   41  
Z_A   1,5   50   49   43   52  
Z_B   4,5   51   50   44   53  
ZO_A   1,5   52   51   45   54  
ZO_B   4,5   54   53   47   56  
ZW_A   1,5   38   37   30   39  
ZW_B   4,5   36   35   29   38  

Voorkeurswaarde (railverkeerlawaai) voor een ander geluidgevoelig gebouw is 53 dB (art 4,9 Bgh) de grenswaarde is 68 dB (art 4.11 Bgh).

5.1.6.6 Bouwbesluit

Op grond van het Bouwbesluit moeten geluidgevoelige objecten voldoende geluidwering in de gevel hebben, de benodigde gevelisolatie is gelijk aan de geluidbelasting buiten minus 28 dB (voor leslokalen). In principe wordt de geluidwering van de gevel gebaseerd op de hogere waarde echter op grond van artikel 3.3 lid 3 van het Bouwbesluit mag de benodigde geluidwering van een gevel ook tijdens de omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwplan worden bepaald.

5.1.6.7 Hogere waarden

De leslokalen worden bij voorkeur aan de noord- of oostzijde van het topsportcentrum gesitueerd. Het spoor- en railverkeerlawaai aan de noordzijde van het topsportcentrum is lager dan de voorkeurswaarde van beide geluidssoorten. De Oostzijde heeft een geluidbelasting van het spoor en de A8 die ligt tussen de voorkeurswaarde en de grenswaarde De Zuid- en westkant van het gebouw hebben een geluidsbelasting die hoger is dan de maximale grenswaarde. Aan de Zuid en Westkant van het topsportcentrum zijn daardoor alleen leslokalen mogelijk indien de buitengevels als dove gevel zijn uitgevoerd.

Voor het topsportcentrum wordt voor de oostzijde een hogere waarde geluid verleend. De west- en zuidkant van het topsportcentrum hebben een wegverkeerlawaaibelasting die hoger is dan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Indien aan deze zijden van het gebouw geluidgevoelige ruimtes gesitueerd worden dan moeten de buitengevels van deze ruimtes als 'dove gevel' worden uitgevoerd.

5.1.6.8 Conclusie

Wegverkeerlawaai

De zuid en west georiënteerde gevels van het topsportcentrum hebben een geluidbelasting die hoger is dan de wettelijke grenswaarden en daardoor niet geschikt om als buitengevel van een leslokaal dienst te doen. Alleen als deze gevels 'doof' worden uitgevoerd zijn ze geschikt als buitengevel voor een leslokaal.

Voor de oostelijke gevel kunnen hogere waarden verleend worden. Er wordt een hogere waarde voor de oostelijke gevel verleend van 53 dB.

De noordelijke gevel voldoet aan de voorkeurswaarde is daardoor de meeste geschikte buitengevel voor de leslokalen.

Railverkeerlawaai

Indien de leslokalen een oostelijke buitengevel krijgen is er voor deze gevel een hogere waarde nodig. Er wordt een hogere waarde voor de oostelijke gevel verleend van 56 dB.

5.1.7 Externe veiligheid

Omdat het topsportcentrum een grote publiekstrekker is, waar circa 1500 personen aanwezig kunnen zijn, wordt het project in het kader van externe veiligheid als een kwetsbaar object beschouwd. De locatie van het nieuw te realiseren topsportcentrum ligt binnen de toetsingsafstand van 200 meter voor het groepsrisico van een transportroute voor gevaarlijke stoffen en in het invloedsgebied van een hogedruk aardgasleiding. Binnen dit invloedsgebied moet het groepsrisico van de ruimtelijke ontwikkeling worden verantwoord. De gemeente heeft de toename van het groepsrisico dat het nieuwe topsportcentrum met zich meebrengt berekend (zie bijlage QRA hoge druk aardgasleiding).

Het groepsrisico (GR) is een parameter voor de impact van een calamiteit met een groep dodelijke slachtoffers ten gevolge van een ongeluk met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico (PR) is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof.

5.1.7.1 Transportroute vervoer gevaarlijke stoffen A8

Het externe veiligheidsrisico door het transport van gevaarlijke stoffen over de A8 ter hoogte van sportpark de Koog is, door adviesbureau AVIV in opdracht van de gemeente, berekend voor de bestaande en de toekomstige situatie. (zie bijlage 'Externe veiligheid sportpark de Koog' AVIV 2013).

Plaatsgebonden risico

De veiligheidszone (plaatsgebonden risicocontour 10-6) gemeten vanaf het midden van de A8 is gelijk aan 0 m. Het plaatsgebonden risico vormt daarom geen belemmering voor de realisatie van het topsportcentrum.

Verantwoording groepsrisico

Het groepsrisico is kleiner dan de oriëntatiewaarde. Voor de kilometer met hoogste groepsrisico leidt de realisatie van het topsportcentrum niet tot een toename van het groepsrisico. Het groepsrisico blijft een factor 0.21 ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Indien een kilometer route centraal ten opzichte van plangebied wordt beschouwd neemt het groepsrisico door de realisatie van de sporthal toe van een factor 0.013 ten opzichte van de oriëntatiewaarde tot een factor 0.014.

Hierdoor is het groepsrisico van het topsportcentrum ten gevolge van de A8 een geaccepteerd groepsrisico.

5.1.7.2 Hogedruk aardgasleiding

De locatie van het sportpark de Koog ligt binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgasleiding W-570-01. Voor het project Topsportcentrum de Koog op de locatie van het sportpark de Koog is een kwantitatief risicoanalyse (QRA) uitgevoerd. Voor het topsportcentrum is in de dag en avondperiode uitgegaan van een maximale personendichtheid van 1500 personen.

Figuur invloedsgebied hoge druk aardgasleiding

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0023.jpg"

Met het rekenprogramma Carola is het plaatsgebonden risico en het groepsrisico berekend.

Plaatsgebonden risico hogedruk aardgasleiding

Uit de berekening is gebleken dat het plaatsgebonden risico PR 10-6 per jaar van de leiding ter hoogte van sportpark de Koog lager is dan de grenswaarde van PR 10-6 per jaar. Voor het project sporthal Topsport wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico.

Op basis van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geldt voor de leiding W-570-01 een belemmeringenstrook van 4 meter aan weerzijden van leiding. Binnen de belemmeringenstrook is de realisatie van de bouwwerken niet toegestaan.

Verantwoording groepsrisico hogedruk aardgasleiding

Uit de berekening is tevens gebleken dat de omvang van het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde ligt. Het groepsrisico is daardoor een geaccepteerd groepsrisico.

Uit de analyse kan worden geconcludeerd, dat de bouw van een topsportcentrum op de locatie van het Sportpark de Koog mogelijk is.

Het groepsrisico in de nieuwe situatie is een factor 10 kleiner dan de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico is in dit traject aanvaardbaar, indien er algemene generieke risico beperkende maatregelen zijn getroffen. De risico's van de groepen zijn dan voldoende beperkt.

Zelfredzaamheid

Ten aanzien van minder zelfredzame persoenen dient in het ontruimingsplan aandacht te worden besteed. De nooduitgangen dienen bij voorkeur aan de zuid en westkant van het topsportcentrum gesitueerd te worden.

5.1.7.3 Reactie veiligheidsregio

De Veiligheidsregio Zaanstreek Waterland (VRZW) heeft advies uitgebracht op het ontwerp bestemmingsplan.

Ter plaatse van Sportpark De Koog wordt de bouw van een sporthal voor het Topsportcentrum voorbereid. In de directe omgeving van het plangebied worden gevaarlijke stoffen door een buisleiding en over de weg vervoerd. Vanwege de toename van het groepsrisico, moet het groepsrisico in het kader van het Besluit externe veiligheid buisleidingen en de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen worden verantwoord. Onderdeel van de verantwoording is het advies van de veiligheidsregio met betrekking tot de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied. Voor personen in het invloedsgebied wordt uitgegaan van personen in het topsportcentrum.

De kans op een ongeval met gevaarlijke stoffen is klein, maar de gevolgen kunnen groot zijn. In de directe omgeving van het plangebied vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Wanneer zich een ongeval met deze stoffen voordoet, kan het topsportcentrum worden getroffen. Het gevaar wordt bepaald door de locatie van het ongeval, het ongevalsscenario, de (weers)omstandigheden en de bezettingsgraad van de sporthal.

De gevaren voor het topsportcentrum worden veroorzaakt door een mogelijk ongeval met de hoge druk aard- gastransportleiding en door mogelijke ongevallen met gevaarlijke stoffen op de nabijgelegen snelweg A8. De A8 maakt deel uit van het basisnet weg, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De mogelijke gevaren zijn:

  • Breuk hoge druk aardgastransportleiding W-570-01 met fakkelbrand;
  • Ongeval met een tankwagen met een brandbare vloeistof;
  • Ongeval met een tankwagen met een toxische vloeistof;
  • Ongeval met een tankwagen met een brandbaar gas.

De gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen voor het plangebied kunnen slachtoffers en schade zijn. Het aantal slachtoffers dat kan ontstaan is afhankelijk van het aantal mensen in het plangebied en de aanwezigheid van objecten. In gebouwen is het aantal slachtoffers afhankelijk van de bescherming die de gebouwen bieden.

De beschreven externe veiligheidsscenario's zijn niet of nauwelijks te voorkomen door de brandweer. De gezamenlijke hulpdiensten richten zich voornamelijk op het veiligstellen van het gevarengebied, het bestrijden van branden en het helpen van slachtoffers. Er zijn maatregelen die het gevaar kunnen beperken. De maatregelen hebben vooral betrekking op het beter benutten van de zelfredzaamheid van de aanwezige personen en het verbeteren van de bescherming die gebouwen kunnen bieden. Het bevoegd gezag van de Gemeente Zaanstad wordt geadviseerd om: bij het vaststellen van de plannen voor de nieuwbouw van het topsportcentrumrekening te houden met de beschreven gevaren veroorzaakt door het vervoer van gevaarlijke stoffen in de directe omgeving van het plangebied; de mogelijke maatregelen die het gevaar beperken in overweging te nemen en het gevaar dat overblijft na het nemen van maatregelen te betrekken bij de besluitvorming over de nieuwbouw van het topsportcentrum.

Er kunnen maatregelen worden genomen die de gevaren van een ongeval met gevaarlijke stoffen beperken. Deze worden onderverdeeld in kansreducerende maatregelen, effectmaatregelen en maatregelen ten behoeve van de zelfredzaamheid.

Kansreducerende maatregelen.

Kansreducerende maatregelen zijn de meest effectieve maatregelen om het gevaar te beperken. Omdat de risicobronnen zijn gelegen buiten het plangebied, zijn geen kansreducerende maatregelen te treffen.

Effectbeperkende maatregelen.

Het is ook mogelijk om maatregelen te nemen waardoor de effecten van een scenario op het plangebied beperkt kunnen worden.

Voorgestelde maatregelen.

  • Mogelijkheden onderzoeken om de constructies van het topsportcentrum zodanig uit te voeren dat bescherming wordt geboden tegen de effecten van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
  • Een technische voorziening aanbrengen waarmee de ventilatie centraal kan worden uitgeschakeld en worden afgesloten.
  • Het topsportcentrum te voorzien van (nood)uitgangen aan verschillende zijden, zodat deze van de verschillende risicobronnen af zijn gericht en deze bij voorkeur zoveel mogelijk laten aansluiten op de infrastructuur van het gebied.
  • Ervoor zorgen dat de bluswatervoorziening en bereikbaarheid worden gehandhaafd dan wel verbeterd, zoals aangegeven in het advies van Brandweer Zaanstad.

Zelfredzaamheid.

Zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezigen in het effectgebied in staat zijn om zichzelf in veiligheid te brengen.

Voorgestelde maatregelen:

  • Zekerstellen dat aanwezigen in het plangebied snel kunnen worden gewaarschuwd bij een (dreigend) ongeval met gevaarlijke stoffen. Bijvoorbeeld via een omroepsysteem van het topsportcentrum;
  • Expliciete communicatie vooraf over de mogelijke gevaren en hoe men moet handelen bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Aanwezigen in het effectgebied moeten weten wat zij moeten doen wanneer er gealarmeerd wordt. Een goed voorbeeld hiervan is de 'Wat doe je' campagne;
  • Aanbevolen wordt om voor het topsportcentrum een noodplan te laten opstellen waarin rekening wordt gehouden met (dreigende) externe veiligheidsscenario's. Dit bevordert de mogelijkheden om snel op een juiste manier op te treden;

Voor zover de voorgestelde maatregelen ruimtelijk relevant zijn zullen ze worden overgenomen in het bestemmingsplan. De overige aspecten zullen worden meegenomen in de omgevings- dan wel gebruiksvergunning.

5.1.7.4 Conclusie

Het plangebied en met name het topsportcentrum ligt voor een deel binnen het invloedgebied van de hogedruk aardgasleiding en de route transport gevaarlijke stoffen over de A8 .

Binnen het plangebied wordt er voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar. Het berekende groepsrisico voor de gebruikers van het topsportcentrum is ruim onder de norm voor wat men landelijk gezien als acceptabel risico beschouwd. Het na uitvoering van de voorgestelde effect beperkende en zelfredzaamheid bevorderende maatregelen, overblijvende restrisico wordt als een 'verantwoord' risico beschouwd.

5.1.8 Blootstelling aan elektromagnetische veldsterkte

Binnen en in de buurt van het plangebied komen geen hoogspanningsleidingen voor. Binnen het plangebied staan echter wel een zendmast voor telecomantennes.

Figuur telecomantennes.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0024.png"

Conclusie

De telecomantennes bevinden zich op 26 en respectievelijk 30 meter hoogte, waardoor de veldsterkte op maaiveld verwaarloosbaar laag is.

5.1.9 Natuur, Flora en Fauna

In opdracht van Gemeente Zaanstad heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de Flora- en faunawet een quick scan uitgevoerd naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna in het plangebied. (Zie bijlage 5)

Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels en (kleine) zoogdieren. Gezien het aanwezige biotoop, het oppervlak, de geografische ligging en informatie uit de vakliteratuur over populaties in de omgeving, zullen van de amfibieën en (kleine) zoogdieren (behalve vleermuizen!) alleen licht beschermde soorten aanwezig zijn.

Voor de aangetroffen of verwachte licht beschermde soorten gelden geen verbodsbepalingen als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Een ontheffing is dan niet nodig.

In het plangebied zullen broedvogels voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broed- seizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van maart tot en met juli. Er werden geen jaarrond beschermde nesten of vogels waar- genomen in het plangebied. Deze worden ook niet verwacht.

In het plangebied kunnen verblijvende vleermuissoorten voorkomen. Met name zomerverblijf en paarverblijven kunnen niet worden uitgesloten. Vanwege aanwezig microklimaat in het geschikte gebouw wordt aanwezigheid van winterverblijven uitgesloten.

Voor mogelijk voorkomende Bittervoorn en Kleine modderkruiper in de brede wateren langs het plangebied worden vanwege de beperkte reikwijdte van werkzaamheden geen negatieve gevolgen verwacht. Dientengevolge hoeft geen vervolgonderzoek naar deze soorten te worden uitgevoerd.

Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijk- baar biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

Zorgplicht

Voor alle beschermde soorten (alle regimes) geldt de zorgplicht. Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren:

Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodembewonende dieren de kans om in de nabijgelegen omgeving een ander leef- gebied te benutten.

Natuurbeschermingswet

Het plangebied ligt op ruim 200 meter afstand van Natura 2000- gebied 'Polder Westzaan'. Tussen het plangebied en deze speciale beschermingszone ligt echter de snelweg A8 en bebouwing van Zaanstad. Gezien de aard van de werkzaamheden en gezien het gegeven dat er tussen het Natura 2000 gebied een drukke snelweg en bebouwing aanwezig is, kan geen negatief effect optreden op het Natura 2000-gebied door de plannen.

Vleermuizen

In het kader van het bestemmingsplan heeft er onderzoek plaatsgevonden naar de aanwezigheid van eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen. Het rapport is opgenomen in bijlage 7 Vleermuisinventarisatie o.g.v. Flora- en Faunawet van de toelichting.

De conclusie van de inventarisatie is dat er tijdens de inventarisatie beschermde vleermuizen zijn aangetroffen. Dit zijn langsvliegende, baltsende en foeragerende vleermuizen waargenomen. Er zijn geen verblijfplaatsen waargenomen. Hierdoor is er geen ontheffing voor de voorgenomen werkzaamheden nodig in het kader van de Flora en Faunawet.

Conclusie

De bestemmingen binnen het plangebied zijn niet in strijd met de Flora en faunawet en de Natuurbeschermingswet.

5.1.10 Bestemmingsplan versus m.e.r.

De noodzaak voor het opstellen van een milieu-effectrapportage (Mer) is wettelijk verankerd in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Een Mer geeft het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming over plannen en besluiten door:

  • De milieugevolgen van het initiatief of de activiteit en reële alternatieven hiervoor systematisch, transparant en objectief in beeld te brengen in het MER en maatregelen te beschrijven om negatieve gevolgen te voorkomen of te beperken.
  • De kwaliteit van het Mer bij plannen en complexe besluiten te laten toetsen door de onafhankelijke landelijke Commissie voor de milieueffectrapportage, de Commissie Mer
  • De maatschappij te betrekken door één ieder de mogelijkheid te bieden om in te spreken en zijn of haar zienswijze naar voren te brengen.
  • De milieugevolgen, de alternatieven en de ingebrachte zienswijzen en adviezen mee te laten wegen bij de vaststelling van het plan of project en de wijze waarop dat is gebeurd toe te lichten. Mer kan de overheid maar ook de initiatiefnemer dus helpen bij de besluitvorming.

In drie gevallen is een bestemde activiteit Merplichting:

  • 1. indien het bestemmingsplan activiteiten of ontwikkelingen mogelijk maakt waarmee drempelwaarden uit het Besluit Mer bijlage C kunnen worden overschreden, is het bestemmingsplan plan-Mer-plichting;
  • 2. indien het bestemmingsplan activiteiten of ontwikkelingen mogelijk maakt die voorkomen in bijlage D van het besluit Mer dan geldt voor het plan de mer-beoordelingsplicht. Is de omvang van de deze activiteiten echter onder de plandrempel dan kan worden volstaan met volstaan met een zogenaamde 'vormvrije Mer-beoordeling'.
  • 3. indien een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet aan de orde is, is het bestemmingsplan eveneens plan-Mer-plichtig.

In het bestemmingsplan worden geen activiteiten mogelijk gemaakt die onder bijlage C of onder bijlage D van het besluit-Mer vallen.

Vormvrije Mer-beoordeling

In bijlage D 11.2 van het besluit Mer wordt de ontwikkeling van een woningbouwlocatie genoemd; De ontwikkeling van het plangebied komt echter niet boven de daarbij behorende drempelwaarde; “In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:

1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer,

2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of

3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer”.

In dergelijke gevallen dient het bevoegd gezag de noodzaak van het opstellen van een Mer te beoordelen. Zo'n beoordeling is vormvrij.

Voor de vormvrije Mer-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Met betrekking tot de inhoud ('wat moet er in de vormvrije Mer-beoordeling worden onderzocht?') moet aandacht worden besteed aan de criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten' (richtlijn 2011/92/EU, 13 dec. 2011). Deze criteria zijn in hoofdlijnen:

  • 1. Kenmerken van de activiteit;
  • 2. De plaats waar de activiteit wordt verricht;
  • 3. De kenmerken van de gevolgen van de activiteit.

In het kader van dit milieuonderzoek is reeds aan deze criteria getoetst en is gebleken dat er geen significante effecten voor het milieu worden verwacht als gevolg van de ontwikkeling van het plangebied en is ons inziens het uitvoeren van een Mer-beoordeling of het doorlopen van een Mer-procedure daarom niet nodig.

Conclusie

De ontwikkeling van het plangebied heeft geen significante effecten voor het milieu, hierdoor is het laten opstellen van een milieueffectrapportage niet nodig.

5.2 Water

5.2.1 Inleiding

Op het sportpak de Koog zal een groot topsportcentrum gebouwd worden als Topsportlocatie voor verschillende binnensporten. In het complex komt een tribune met ongeveer 1.000 zitplaatsen. De omgeving van de nieuwe hal zal opnieuw worden ingericht. De overige sportvelden op het complex zullen in gebruik blijven.

5.2.2 Beleid

Op het gebied van water is er beleid en regelgeving op Europees en rijksniveau, zoals de Kaderrichtlijn Water, het nationaal Bestuursakkoord Water, de Deltavisie en het Nationaal Waterplan. De doelstellingen en uitgangspunten van dit beleid zijn niet rechtstreeks van toepassing op dit bestemmingsplan, maar krijgen hun doorwerking in het beleid van de provincie Noord-Holland en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, zoals in het Waterbeheersplan 4 en de Keur 2009. Het bestemmingsplan is opgesteld met inachtneming van dit beleid. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat slechts bij afwijkingen dit wordt gemeld en gemotiveerd in het bestemmingsplan.

5.2.3 Organisatie

Het Rijk draagt zorg voor landelijke regel- en wetgeving voor waterhuishoudingen en heeft het hoofdsysteem van de Nederlandse waterhuishouding in beheer. Het algemeen toezicht op de waterhuishouding berust bij de provincie Noord-Holland. Het waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheer en het keringbeheer in de Polder Westzaan, waar het sportcomplex in ligt, wordt uitgevoerd door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het rioolbeheer en de grondwaterzorgtaken berusten bij de gemeente Zaanstad.

5.2.4 Waterstructuur

Het sportpark ligt in de Polder Westzaan. Het waterpeil in deze polder is NAP-1,04 meter. De sportvelden en de tennisbaan zijn minimaal opgehoogd en het gehele sportpark ligt in een onderbemaling. Het maaiveld waar het topsportcentrum komt heeft een huidige hoogte van NAP-1,3 a 1,4 meter (AHN2), de kade rond het complex liggen op de hoogte van circa NAP- 0,80 meter. De (grond)waterstand wordt gereguleerd door drie slootjes waaruit het watersurplus wordt verpompt naar de brede watergang die het sportpark doorsnijdt. Uitgaande van de hoogteligging van het maaiveld wordt ingeschat dat het waterpeil in de drie ontwateringssloten wordt gehandhaafd op circa NAP-1,70 meter.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0025.jpg"

Het sportpark ligt dus in een onderbemaling. Bij de bouw van een topsportcentrum wordt rekening gehouden dat in de toekomst, bij herontwikkeling van het sportpark, de onderbemaling zal worden opgeheven. Voor de drooglegging en het vloerpeil van het topsportcentrum wordt dus uitgegaan van het polderpeil NAP-1,04 meter.

De onderbemalen watergangen en de bemalingsinstallaties op het sportpark zijn in onderhoud bij de sportverenigingen. Het onderhoud van de omliggende watergangen op polderpeil is verdeeld tussen het Hoogheemraadschap, de gemeente Zaanstad en aanliggende eigenaren.

5.2.5 Waterkering

Nabij de locatie liggen geen primaire of regionale waterkeringen. Wel ligt er rondom de onderbemaling een peilscheidingskade die onderdeel uitmaakt van de onderbemaling. Bij de realisatie van het nieuwe topsportcentrum zal de omliggende kade behouden blijven zodat het waterpeil in de onderbemaling in stand gehouden kan worden.

5.2.6 Oppervlaktewater

De onderbemaling is een zelfstandige waterhuishoudkundige eenheid. Door de toename van verharding zullen waterpeilen in de onderbemaling sterker fluctueren. Het omliggende watersysteem zal alleen extra belast worden als de bemalingscapaciteit van de onderbemaling wordt verhoogd.

Vooralsnog is het uitgangspunt dat uitbreiding van de bemalingscapaciteit van de onderbemaling niet noodzakelijk is. Aangezien het nieuwe topsportcentrum gebouwd word op een hoogte gerelateerd aan de waterpeil van het hoofdsysteem (NAP-1,04 meter) ontstaat er mogelijk een loze ruimte onder het gebouw. Deze ruimte kan wellicht gebruikt worden als extra waterberging. Bij de verdere uitwerking van het gebouw zal dit nader onderzocht worden. Een andere mogelijkheid is om het dakwater van het multifunctionele topsportcentrum rechtstreeks af te laten wateren op de brede waterloop die ten noorden van het topsportcentrum (op polderpeil) ligt.

In dit geval zal uitbreiding van het wateroppervlakte in de Polder Westzaan met 850 m2 ( 15% van toename in verharding) door vergraving van het groen aan de zuidwestrand van het complex plaatsvinden. Een andere compensatie mogelijkheid is toewijzing via de waterbank Zaanstad van het extra gegraven oppervlaktewater bij de aanleg van het recent geopende natuurpad (Frans Marspad) in het Guisveld aan het onderhavig project.

Voor de realisatie van het nieuwe topsportcentrum is ook een watervergunning van het Hoogheemraadschap noodzakelijk. Bij de verdere uitwerking van de ontwikkeling en in aanloop naar de aanvraag van de watervergunning zal de gekozen oplossing verder worden geconcretiseerd.

5.2.7 Grondwater

De grondwaterstand op het gehele complex wordt beheerst met drainage die lozen in de drie onderbemalen watergangen. Dit systeem wordt niet gewijzigd.

5.2.8 Riolering

De sportkantines en kleedruimte op het sportcomplex zijn door middel van persriolering aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Bij realisatie van het topsportcentrum zal de capaciteit van het persleidingsysteem binnen en buiten het complex vergroot worden. Uiteindelijk loost het persleidingsysteem in een vrijvervalstelsel nabij het hoofdrioolgemaal van het Hoogheemraadschap aan de Wezelstraat.

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0026.jpg"

Figuur: bestaande afvalwaterpersleiding

Aan de west- en zuidkant van het plangebied ligt een bestaande afvalwaterpersleiding van het Hoogheemraadschap (zie bovenstaand kaartje) die bij de realisatie van het project beschermd dient te worden en mogelijk beperkingen geeft bij de inrichting.

5.2.9 Overleg Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

In mei 2014 heeft er in het kader van de watertoets een overleg plaatsgehad met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De ingebrachte opmerkingen (d.d. 28 mei 2014) door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier zijn in het bestemmingsplan verwerkt.

5.3 Ladder voor duurzame verstedelijking

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor om in de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de onderstaande stappen te doorlopen. Dit is de zogenaamde ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ of ‘duurzaamheidsladder’. De ladder verplicht tot het doorlopen van de volgende treden:

  • a. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte;
  • b. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, en;
  • c. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel b, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet (geheel) binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld.

Hieronder wordt per stap aangegeven op welke manier het bestemmingsplan Sportpark de Koog en dan de ontwikkeling van het Topsportcentrum voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

  • 1. Regionale behoefte

Zoals blijkt uit de paragrafen in hoofdstuk 3, waar wordt ingegaan op het rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid, bestaat er binnen de regio een vraag naar een Topsportcentrum.

Het Topportcentrum de Koog geeft ruimte aan talentontwikkeling en topsport in de regio door ruimte voor trainingen, wedstrijden en evenementen te combineren met sport-medische voorzieningen en ruimte voor aanvullende activiteiten zoals huiswerkbegeleiding. Het topsportcentrum is een plek waar top- en breedtesport elkaar ontmoeten en elkaar versterken.

Een van de ontwikkelingen die de kern raakt van onze uitgangspunten is het oprichten van een Talent Support Centre. Het nieuwe sportcentrum, de Koog, wordt gevormd tot talentontwikkelcentrum, genoemd Talent Support Centre (TSC) waar top- en breedtesport samenkomen. Dit houdt in dat er ruimte wordt gerealiseerd waar talenten huiswerk kunnen maken of kunnen ontspannen tussen school en sporten door. Jongeren kunnen hier terecht voor begeleiding, vragen en ondersteuning waardoor het mogelijk wordt om school of werk te combineren met (top)sport. Daarnaast wordt gestreefd naar het realiseren van een volwaardig sportmedisch centrum, gespecialiseerd in de behandeling van sportblessures, revalidatie en krachttraining. Het TSC zal ook de thuisbasis zijn voor de topsportcoördinator die het aanspreekpunt is voor verenigingen en sporters als het om topsport gaat.

Het TSC is het centrale punt waar voorzieningen samenkomen voor sporters. Net dat beetje extra waardoor sporters gefaciliteerd en ondersteund worden om tijd te investeren in hun sport. Het verzorgingsgebied van het TSC beperkt zich niet alleen tot de grenzen van de gemeente Zaanstad. Met een A-locatie status en de stempel TSC, wordt het verzorgingsgebied uitgebreid van Haarlemmermeer tot Den Helder. Voor de Provincie betekent dit een extra voorziening voor de regio waar talentontwikkeling centraal staat.

De locatie Sportpark de Koog is eveneens door de provincie aangegeven als Bestaand Bebouwd Gebied, waar nieuwe verstedelijking is toegestaan. Een Topsportcentrum past daarin.

  • 2. Binnenstedelijk

In de huidige feitelijke situatie is het plangebied van het Sportpark de Koog al gedeeltelijk verstedelijkt. De sportvelden, het zwembad en de diverse (maatschappelijke) functies met de daarbij behorende gebouwen en bouwwerken zijn hier reeds gerealiseerd. In de beleidsdocumenten is de locatie als stedelijk gebied aangegeven.

  • 3. Multimodaal

Zoals in de vorige stap is beargumenteerd, vindt de ontwikkeling van het Topsportcentrum binnenstedelijk plaats. De ontsluitingsmogelijkheden zijn daardoor ook van binnenstedelijke aard, in die zin dat er verschillende mogelijkheden zijn om het gebied te bereiken.

5.4 Economische uitvoerbaarheid

Dit bestemmingsplan is gedeeltelijk conserverend van karakter en maakt tevens de ontwikkeling van het topsportcentrum mogelijk. Deze ontwikkeling en de ingrepen in het openbare gebied zullen worden gefinancierd uit de algemene middelen.

Eventuele particuliere initiatieven worden over het algemeen uitvoerbaar gemaakt door middel van het sluiten van een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer.

Hoofdstuk 6 Raadpleging en zienswijzenprocedure

6.1 Kennisgeving op grond van artikel 1.3.1. Besluit ruimtelijke ordening

Artikel 1.3.1 van het Bro verplicht bestuursorganen, die een structuurvisie of een bestemmingsplan voorbereiden, waarbij sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling en waarbij geen milieu-effectrapport wordt opgesteld, kennis te geven van het voornemen te komen tot vaststelling van die structuurvisie of dat bestemmingsplan.

In casu is het voornemen te komen tot vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan Sportpark de Koog op 26 maart 2014 gepubliceerd in het Zaans Stadsblad.

6.2 Artikel 3.1.1. overleg

Het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening toegezonden aan:

  • 1. Provincie Noord-Holland;
  • 2. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;
  • 3. Kontakt Milieubeheer Zaanstreek;
  • 4. Brandweer Zaanstad;
  • 5. Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland;
  • 6. Liander;
  • 7. GGD Zaanstreek-Waterland;
  • 8. N.V. Nederlandse Gasunie;
  • 9. KPN;
  • 10. NUON;
  • 11. TenneT.

De resultaten van de reacties van dit overleg zijn opgenomen in bijlage 1.

6.3 Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8. van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van 28 augustus tot en met 8 oktober 2014. Tijdens deze periode zijn er 3 zienswijzen ingediend. De reactienota Zienswijzen zijn opgenomen in bijlage 1.

Hoofdstuk 7 Beschrijving planvorm en bestemmingsregeling

7.1 Bestemmingsregeling

7.1.1 Inleiding

In hoofdstuk 2 Bestemmingsregels van de regels worden de bestemmingen geregeld. De artikelen geven de toegelaten functies en de bijbehorende bouw- en gebruiksmogelijkheden weer.

De planregels zijn aangevuld met omschrijvingen van de in de regels gebruikte begrippen en een regeling voor de wijze van meten (zie hoofdstuk 1 Inleidende regels van de regels).

De algemene regels, waaronder ontheffings- en procedureregels, zijn terug te vinden in hoofdstuk 3 Algemene regels van de bij het plan behorende regels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels van de regels bevat tenslotte de overgangs- en slotbepalingen.

De in het plangebied voorkomende bestemmingen worden in onderstaande tekst afzonderlijk toegelicht.

7.1.2 Regels algemeen

De regels zijn gegroepeerd in drie hoofdstukken:

  • 1. Inleidende regels
  • 2. Bestemmingsregels
  • a. Hoofdgroepen van bestemmingen
  • b. Hoofdgroepen van dubbelbestemmingen
  • c. Gebiedsaanduidingen
  • 3. Algemene regels

Waar nodig is op enkele artikelen een nadere toelichting opgenomen.

7.1.2.1 Inleidende regels

In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die worden gebruikt in het bestemmingsplan.

Bij het toepassen van de regels wordt op de in artikel 2 geregelde wijze gemeten.

7.1.2.2 Bestemmingsregels

a. Hoofdgroepen van bestemmingen

De in het plangebied voorkomende hoofdgroepen bestemmingen, al dan niet met bijbehorende (hoofd)functies/gebruiksdoelen (in alfabetische volgorde) en gebruiken van de gronden, zijn:

Sport (S)

De sportvelden (voetbal, korfbal, tennis), het zwembad hebben de bestemming Sport gekregen. Daar binnen zijn tribunes, kantines, kleedgebouwen, overdekt zwembad toegestaan. Hiervoor zijn bouwhoogtes en bebouwingspercentages binnen het bouwvlak opgenomen.

Voor de ontwikkeling van het topsportcentrum is een hogere bouwhoogte en bebouwingspercentage opgenomen. Op deze wijze is er flexibiliteit in de uitvoering van het gebouw mogelijk.

Verder zijn geluidsgevoelige functies binnen het topsportcentrum niet overal zondermeer toegestaan. De A8, het railverkeer en het industrielawaai geven op de westelijke, zuidelijke en oostelijke zijden van deze locatie een te hoge geluidsbelasting. Voor de oostelijke zijde kan een hogere waarde worden vastgesteld. Verder is in de regels opgenomen dat een geluidsgevoelige functie/ ruimte aan de zuid- en westgevel alleen mogelijk is indien er een dove gevel wordt toegepast.Het gaat bij het toepassen van de dove gevel om het oprichten en vervangende nieuwbouw. Daarnaast is er een Specifieke gebruiksregel opgenomen dat de dove gevel ook in stand moet blijven bij aanpassingen en veranderingen aan het gebouw.

Gemengd (G)

Binnen Gemengd zijn diverse functies toegestaan, zoals maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen, dienstverlening, sport, bedrijven tot en met categorie 3.1. Functies binnen deze bestemming zijn uitwisselbaar.

Geluidgevoelige functies, zoals wonen en een kinderdagverblijf zijn in principe uitgesloten. Er zal dan eerst onderzoek en eventueel een procedure hogere waarden gevolgd moeten worden, waarin aangetoond kan worden dat een geluidgevoelige functie wél mogelijk is.

Groen (G)
Groen dat een min of meer structureel karakter heeft moet gehandhaafd blijven. Het gaat dan om groen dat fungeert als groene buffer of afscheiding tussen wegen, functies of wijken en groen dat van belang is voor de groene (be)leefbaarheid van een gebied. In het bestemmingsplan krijgen deze gronden de bestemming 'Groen'. Het overige groen in de wijk, zoals bermen, krijgt de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied'.

Verkeer - Railverkeer (V - R)

De bestaande spoorwegen zijn in het bestemmingsplan bestemd als 'Verkeer - Railverkeer'. Ook de naastgelegen bermen, waterlopen (niet zijnde hoofdwatergangen), spoorwegvoorzieningen zijn hierin opgenomen.

Verkeer - Verblijfsgebied (V - V)
Bij 'Verkeer-Verblijfsgebied' gaat het om wegen en gebieden met verblijfsfunctie en buurtontsluitingswegen. Ook parkeerplaatsen, bruggen en groenvoorzieningen worden met dit artikel mogelijk gemaakt. De verschillende functies zijn uitwisselbaar: daar waar nu parkeerplaatsen zijn, kan groen gerealiseerd worden, een straat kan verbreed worden en daarmee groen laten verdwijnen en vice versa. Een zeer flexibele regeling dus zodat bij een reconstructie van een gebied of het nieuw aanleggen van parkeerplaatsen niet telkens een afwijkings- of wijzigingsprocedure gevolgd hoeft te worden.

 Water (W)

De bestemming Water is gelegd op het water dat deel uitmaakt van de hoofdwaterstructuur binnen de gemeente. Dit water is belangrijk voor de waterbergings- en aan/ afvoerfunctie binnen een gebied.

b. Hoofdgroepen van dubbelbestemmingen

De in het plangebied voorkomende hoofdgroep van dubbelbestemmingen al dan niet bijbehorende (hoofd)functies/gebruiksdoelen zijn de volgende:

Leiding - Gas (L - G)

De dubbelbestemming 'Leiding - Gas' is uitsluitend gelegd op de hoge druk gasleidingen met een druk van 8 bar of meer. Dit betreft een strook van 4 meter aan weerszijden van de desbetreffende leidingen (de vrijwaringszone). Ter plaatse zijn uitsluitend bouwwerken ten dienste van de leidingen toegestaan. Bebouwing ten dienste van de primaire bestemming is slechts toegestaan na advies van de leidingbeheerder. Er dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd voor werken en werkzaamheden die de leidingen zouden kunnen schaden.

Het gaat hier om de volgende werkzaamheden:

  • het aanbrengen/rooien van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen
  • het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander
  • straatmeubilair;
  • het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • het permanent opslaan van goederen;
  • het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.

Waarde - Archeologie 2 (WR- A2)

Voor de in het plangebied aanwezige terrein van archeologische waarde is een dubbelbestemming opgenomen ter bescherming van de in het gebied te verwachten archeologische sporen. Hiervoor geldt dat daar waar de dubbelbestemming samenvalt met de hoofdbestemming primair de regels van de dubbelbestemming gelden. Bij samenloop van diverse hoofdgroepen van dubbelbestemmingen is in elke hoofdgroep van dubbelbestemming een artikel opgenomen met een voorrangsregeling.

Binnen het plangebied zijn drie verschillende begrenzingen van archeologische waarden opgenomen, namelijk:

Aanduiding in het bestemmingsplan:   Grootte van de verstoring van oppervlak waarboven archeologie maatregelen verplicht zijn   Verstoringsdiepte waar beneden archeologie maatregelen verplicht zijn   Ligging  
WR - A2   2000 m²   50 cm
 
Buitengebied  

c. Gebiedsaanduidingen

Geluidzone - industrie 

Hier binnen zijn twee geluidzones gelegen, te weten:

geluidzone industrie - 1

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie 1' is gelegen de geluidzone 'Zetmeelbedrijven de Bijenkorf en omstreken', zoals vastgesteld bij Koninklijk besluit van 14 mei 1990.

geluidzone industrie - 2

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone – industrie 2' is gelegen de geluidzone 'Cacao de Zaan', zoals vastgesteld bij Koninklijk besluit 14 mei 1990.

Vrijwaringszone - molenbiotoop 

Voor zinvol molenbehoud is het van belang dat molens kunnen functioneren. Van een molen die stilstaat raakt het mechaniek in verval waarmee de cultuurhistorische waarde van de molen als geheel afneemt en het behoud van de molen wordt bedreigd. Om te kunnen draaien moet een molen beschikken over voldoende windaanvoer en een stabiele windaanvoer. Daarom is een vrije windvang gewenst. Hoog opgaande begroeiïng en bebouwing zijn elementen die de windvang van de molen verminderen. Daarom wordt in een gebied rondom de molen de vrije windvang beschermd door de aanwijzing van een zogenaamde molenbiotoop. Deze molenbiotoop is opgenomen in het bestemmingsplan en houdt in dat er in de nabijheid van molens beperkingen gelden ten aanzien van de hoogte van nieuwe gebouwen. Doorgaans geldt dat tot 100 meter uit de as van de molen niet mag worden gebouwd. Op een afstand tussen de 100 en 400 meter van de molen kan de toegestane hoogte worden berekend aan de hand van de volgende formule:

Hx = X/n + C x Z

De variabelen hierin zijn:

afbeelding "i_NL.IMRO.0479.STED3787BP-0302_0027.png"

7.1.2.3 Algemene regels

Waar nodig is op enkele artikelen een nadere toelichting opgenomen.

Anti-dubbeltelregel

Doel van deze regel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog een keer meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis kan worden gesteld.

Algemene bouwregels

Deze regel vormt het sluitstuk van de bestemmingsplansystematiek in die zin, dat deze regel alle het bouwen dat strijdig is met de aan de gronden gegeven bouwmogelijkheden verbiedt. In dit artikel zijn enkele regels opgenomen die gelden, zoals parkeernormen.

Algemene gebruiksregels

Het algemene verbod om de grond te gebruiken in strijd met de aan de gronden gegeven bestemming is opgenomen in landelijke wetgeving. In dit artikel zijn enkele specifieke vormen van gebruik als verboden gebruik aangemerkt. Daaronder valt onder meer het verbod op enkele bedrijfstypen die vanuit milieuhygiënisch oogpunt ongewenst zijn en seksinrichtingen.

Ook is hierin ondermeer bepaald dat vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet gebruik mogen worden voor bed en breakfast, mantelzorg en als zorgwoning. Deze functies zijn, met inachtneming van de van toepassing zijnde bepalingen wel mogelijk in woningen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken.

Daarnaast wordt hierin bepaald dat gedeelten van woningen gebruikt mogen worden voor aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf (daaronder begrepen bed en breakfast) mits voldaan wordt aan een aantal criteria die het woon- en leefmilieu beschermen.

Algemene aanduidingsregels

Doel van deze regel is te voorkomen dat gebouwen worden gerealiseerd ter plaatse van gronden waar de geluidsbelasting ten gevolge van een industrieterrein op gevels van gebouwen de aanvaardbare normen overschrijdt.

Algemene afwijkingsregels

Hierin zijn onder meer afwijkingsmogelijkheden opgenomen ten behoeve van het oprichten van bijvoorbeeld antennemasten voor mobiele telefonie, beperkte overschrijdingen van bouwgrenzen, het toelaten van nieuwe nutsgebouwtjes etc.

Overige regels

In de overige regels zijn bepalingen opgenomen voor toegelaten kleinschalige overschrijdingen voor ondergeschikte bouwonderdelen. Daarnaast zijn bepalingen opgenomen over de toepassing van de Bouwverordening en andere wet- en regelgeving waar in dit plan naar verwezen wordt.

Overgangs- en slotregels

De overgangsregels hebben ten doel een rechtstoestand te creëren voor situaties die afwijken van de in het plan opgenomen bepalingen. In principe mogen deze situaties worden gehandhaafd. Indien het gaat om afwijkingen van de bebouwingsregels mag het bouwwerk zelfs worden verbouwd. Alleen als ze door een calamiteit verloren gaan, mogen ze geheel worden herbouwd.

De slotregel geeft de naam van het bestemmingsplan weer.

7.2 Handhaving

In algemene zin geldt dat handhavend moet worden opgetreden tegen overtreding van het bestemmingsplan. Dit houdt in dat er niet mag worden gebouwd in strijd met het bestemmingsplan en verder dat het gebruik in overeenstemming moet zijn met wat de bestemming toestaat.

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft geen zin, als na de vaststelling van het bestemmingsplan geen handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid:

  • 1. Voldoende kenbaarheid van het plan.
    Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd.
  • 2. Voldoende draagvlak voor beleid en regeling in het plan.
    De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling in grote kring ondersteund worden door de gebruikers van het plangebied. Uiteraard kan niet iedereen zich vinden in elk onderdeel van het plan. Een algemene positieve benadering van het bestemmingsplan is echter wel wenselijk.
  • 3. Realistische en inzichtelijke regeling.
    Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten daarom niet meer regelen dan noodzakelijk is.
  • 4. Actief handhavingsbeleid.
    Gewijzigde maatschappelijke inzichten (de rampen in Enschede en Volendam) hebben ertoe geleid dat aan handhaving een hogere prioriteit wordt toegekend. De verantwoordelijkheid voor de naleving van het bestemmingsplan berust bij het gemeentebestuur. De burgers moeten er in beginsel aanspraak op kunnen maken dat met het bestemmingsplan strijdige situaties worden aangepakt. Een recht op handhaving bestaat niet, maar de gemeente moet deugdelijke en zwaarwegende argumenten hebben om niet tot handhaving over te gaan. Handhaving is dus niet alleen maar een zaak die uitsluitend aan het beleid van de gemeente is overgelaten. Als legalisatie niet mogelijk is, moet in beginsel worden opgetreden. Wil er zicht op legalisatie zijn, dan moeten er concrete en realistische stappen zijn gezet. Een derde die om handhaving verzoekt, heeft een sterke positie.

Handhaving is te onderscheiden in toezicht en controle enerzijds en het opleggen van sancties anderzijds. Het eerste is gericht op preventie (vooraf), het andere op repressie (achteraf). Toezicht is van belang om eventuele overtredingen van de regels te signaleren en daar op te reageren, hetzij via voorlichting en/of waarschuwing, hetzij via sancties. Handhaving is onder te verdelen in bestuursrechtelijke handhaving en strafrechtelijke handhaving. Bestuursrechtelijke handhaving is gericht op het voorkomen of ongedaan maken van een toestand die in strijd is met de wettelijke regels, zoals bijvoorbeeld neergelegd in het bestemmingsplan. Strafrechtelijke handhaving is gericht op het straffen van een overtreder die in strijd handelt met de wettelijke regels.

Een combinatie van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving behoort ook tot de mogelijkheden. Een nieuw bestemmingsplan, waarin eenduidige bestemmingen zijn weergegeven en waarin naar aanleiding van de feitelijke situaties voor een positieve benaderingswijze is gekozen, versterkt de mogelijkheid tot handhaving.

In Zaanstad wordt op het overtreden van de regels uit een bestemmingsplan uitsluitend opgetreden vanuit het bestuursrecht. De gemeente handhaaft dus niet strafrechtelijk op overtredingen van het bestemmingsplan. Indien bestuursrechtelijk handhavend wordt opgetreden kan het gemeentebestuur kiezen om een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te leggen aan de overtreder. Een last onder bestuursdwang houdt in dat als na het verstrijken van de begunstigingstermijn (dit is een termijn die een overtreder krijgt om de overtreding zelf te beëindigen) de overtreding nog bestaat, het gemeentebestuur zelf de overtreding opheft op kosten van de overtreder. Als er wordt gekozen voor een last onder dwangsom dan houdt dit in dat als na het verstrijken van de begunstigingstermijn de overtreding nog bestaat, de overtreder een geldbedrag aan de gemeente is verschuldigd tot een bij het besluit bepaald maximum bedrag. Heeft een last onder dwangsom niet het gewenste effect (de overtreding blijft bestaan) dan kan daarna ook nog een last onder bestuursdwang worden opgelegd.